is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 3, 1954, no 1, 1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lerhntti' »<#>ƒ (jltelialfenwr *>n Sonklor

gegeten wordt, moet per mensenschouder in zeven uur moeizaam klimmen naar boven worden gebracht; voor elke kilo ongeveer 75 cent draagloon. Men beperkt zich dus tot het noodzakelijkstc en wat in een andere Hütte normaal te krijgen is, geldt hier al gauw als overbodige luxe, De weinige hutbewoners verrichten hun dagtaak. De hut wordt schoongemaakt. De kamers en bedden zijn gauw klaar, want linnengoed voor de bedden wordt niet graag verstrekt. Het wassen ervan alleen al vormt een probleem, aangezien ook met water spaarzaam wordt omgegaan. Het enige straaltje water dat er is, komt uit een pijpje, dat onder de hut doorloopt en een twintigtal meters lager uitmondt.

De Wirt staat intussen nu en dan op het terras waarop de hut gebouwd is, met zijn kijker nauwkeurig de bewegingen te volgen van zwartje puntjes in de witte sneeuw, van de mensen, op weg naar een top of naar een volgende Hütte. Meer gespannen zal zijn aandacht nog wel gericht zijn op de touristen die zijn hut met een bezoek vereren zullen, zij zijn vrijwel de enige afleiding in het dagelijks bestaan van deze drie mensen, die daar op 3145 meter wonen gedurende de paar zomermaanden, dat normaal leven daarboven mogelijk is, om de voorbijkomende bergtouristen een gastvrij. onderdak te verlenen en hen ook verder te verzorgen.

Daar staat hij te turen. Worden zijn ogen nog steeds geboeid door de prachtige aanblik van dit hoog-alpine landschap, deer dc enorme Übeltalferner, omringd door de toppen van de Wilder Pfaff, Zuckerhütl, Sonklar. Botzer en Wilder Freiger. waarvan men van hieruit de .achterzijden ziet? Geeft het zien van deze grootse verlatenheid ook hem nog wel eens een beklemmend gevoel, het gevoel van: ~hoc kom ik hier ooit weer vandaan?", dat ènwillekeurig de touristen wel ccns bckruint? Is het voor hem nog een bijzondere gewaarwording als het geluid van naar beneden rollende stenen hoorbaar wordt, stenen die niet door ’nens of dier naar beneden gestoten worden, doch die door de zcnncwnrmte van hun plaats worden losgemaakt? Beseft hij daarbij, dat onzichtbare natuurkrachten aan het werk zijn, die vanaf het ontstaan van de bergen bezig zijn, zonder haast, maar ononderbroken, steen voor steen, deze bergen af te brokkelen en lager te maken? Of heeft hij slechts aandacht voor de kraaien, die op dit ogenblik steeds rond de hut vliegen cn hiermede slecht weer aankondigen, ziet zijn oog slechts hoe het verblindende Wit van de glctscher langzaam plaats heeft gemaakt voor een grauwe kleur, wat ook slecht weer voorspelt? Ja, maar hij ziet dit alleen, terloops, en ook dc wolken die in de verte komen aandrijven. Hij vclgt het naderen van de twee dragers, die door een touw aan elkaar verbonden, hun zware last nu bijna boven hebben. Dan is hij behulpzaam met het afnemen van de lasten, die aan een ouderwetse balans worden gewogen. Het draagloon wordt betaald en na een dronk en een goede maaltijd vertrekken de mannen al spoedig. De terugweg is nog lang cn het weer kan nu zeer snel omslaan.

Zij verdwijnen langs de weg die zij gekomen zijn, die voert langs de Becher, een sneeuwvrije top, waarop het duidelijk zichtbare Becherhaus ligt. Trots ligt dat Becherhaus daar, als een burcht de Italiaanse toegangspoort tot de Stubaier toppen beheersend.

De aanwezigheid van deze tweede Hütte. op nog geen uur afstand