is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 3, 1954, no 3, 1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen ik ontwaakte was het zes uur. Dus geen Weiszkugel; verdrietig dook ik weer onder mijn dekens om er na 3 kwartier onder vandaan te worden getrokken door Jos, die mij kwam vertellen, dat er misschien nog een kansje was, al was het dan een klein, dat we alsnog zouden gaan. Ik haastte me dus naar beneden en vond in de Gaststube Guus, Jos en de Hüttenwirt in geanimeerd gesprek. Sepp zag ik niet. Die kwam na een kwartiertje van buiten af en stelde voor het te proberen. Nu dat was tegen geen dovemansoren gezegd en spoedig stonden we volledig toegerust klaar om te vertrekken. Het viel buiten niet mee. Er stond een koude wind, nevelflarden zwierden over de gletscher en een laag wolkendek verborg de blauwe lucht volkomen. Wanneer men niet behept was met een oersterk optimisme en een grote liefde voor de bergsport zou men zeker de warme hut verkiezen boven het maken van deze tocht. Doch wij vieren bezaten de hierboven geschetste eigenschappen nu eenmaal wel en dus bonden we de strijd aan.

Na de gletscher naar de Italiaanse zijde schuin te zijn overgestoken, bereikten we aangebonden en wel de flank van de Steinschlagspitze, de berg die berucht is om de veelvuldig omlaagstortende steenmassa’s. We bonden af en staken met een onderlinge tussenruimte van een 100 meter stuk voor stuk over. Toen weer aan het touw, want nu de gletscher begon te stijgen en de versgevallen sneeuw het gaan bemoeilijkte leek dit Sepp beter. We waren nu nog fris en schoten dus ondanks de moeilijkheden toch nog flink op. Het weer scheen er echter voorshands niets voor te voelen iets te verbeteren. De wind werd sterker en af en toe voelden we wat sneeuw in ons gezicht. Zo kwamen we op de rotsen. Van hieruit voert de Grat in N.W. richting naar de Weiszkugel en vormt hier tevens de grens tussen Italië en Oostenrijk. De Grat was smal, puntig en ongemakkelijk zodat we zeer voorzichtig te werk moesten gaan. Doch alles ging goed totdat Aeolus blijkbaar eens wilde zien hoever we wensten te gaan. Hij wierp alle krachten in de strijd en overviel ons met een complete sneeuwstorm. Ademloos stonden we stil. Mijn mooie nieuwe Alpenhoed, waar op ik zo trots was, naam met een sierlijke zwaai afscheid van het schaarsbehaarde hoofd dat hij gedekt had en koos de vrijheid, Italië in. Met de rug naar de windrichting gedraaid stonden we nog even stil, doch toen commandeerde Sepp: ~Zurück", en hij had gelijk. Doorgaan of blijven staan had onder deze omstandigheden geen zin. Teleurgesteld daalden we een goede honderd meter af. Doch wat was dat? Op een gegeven ogenblik voelden we geen wind en geen sneeuw meer en toen we omkeken zagen we in de hoogte een grote plek blauw, waardoor een zonnestraal viel, die het Italiaanse dal rondom Kurzras belichtte. Dat gaf de burger weer moed en Sepp gaf het teken tot omkeren. Opnieuw stegen we en bereikten na een uur zwoegen de laatste hindernis. De kam, die anders circa 50 cm. breed is, was door de vele sneeuw van de laatste tijd uitgedijd tot een Gwachte van zeker 5 meter. Onder deze dikke vacht lag ergens ons pad, maar waar? Sepp zeide, dat hij het met ons drieën volgaarne wilde proberen, doch dat hij ons wilde waarschuwen voor het zeker aanwezige gevaar. We moesten dus volledig op hem en op elkaar kunnen vertrouwen. We monsterden elkaar eens met kennersblikken en besloten door te zetten. Sepp nam de kop, dan volgde Jos, daarachter kwam Guus en mij viel de twijfelachtige eer te beurt de rij te sluiten. Met