is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 3, 1954, no 3, 1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richting lokt het Litznersattel, waarover de schitterende gletscherwandeling naar de Wiesbadener hut gaat en die al eens in de Bergvriend beschreven is.

Wat doe je in een hut als je er reeds voor de middag arriveert? In elk geval de zware rugzak een geschikt plaatsje geven! Mij lokt dan de verkenningstocht, die ik mezelf in de ochtend beloofde. In mijn eentje wandel ik naar de Seegletscherlücke en vandaar over de gletscher langs de westvoet van de Seehorn naar zijn westgraat. Eens noemde Dr Blodig, in het Zeitschrift der D.Oe.A.V., deze graat ~übel beleumundet”. En inderdaad ziet hij er niet al te vriendelijk uit. De zuidwand van de Seehorn is steil, verweerd en ligt vol puin. De westwand geeft betere kansen voor een beklimming. Het weer is vrij gunstig. Een enkel nevelsliertje mag zich aan de top hechten, het uitzicht is voldoende. De objectieve gevaren, zoals Zsigmondy ze eens noemde, zijn dus gering te achten, de subjectieve meen ik in eigen hand te hebben. Niemand dwingt mij tot haast en op elk ogenblik kan ik komende moeilijkheden de rug toe keren.

Spoedig begint de poging tot oplossing van het driedimensionale probleem, dat voor en boven me ligt. Stap na stap. greep na greep, soms eenvoudig en dan weer lastig, traverserend naar links of naar rechts, steeds zoekende naar de juiste voortzetting, kom ik geleidelijk op hoger niveau. Even denk ik aan Klein Duimpje en wens me een stukje krijt om de weg te markeren voor de komende terugtocht. Alle spieren krijgen zo langzamerhand een beurt en meer en meer verwijder ik me van mijn ochtendgymnastiek. Soms moet ik me als langs een rekstok verplaatsen, in bovengreep aan mijn vingers hangend, zonder echter risico's te nemen.

Als ik weer eens de graat nader, heb ik een buitenkansje. Een soort paadje, weliswaar minuscuul, wordt aan de zuidkant van de graat zichtbaar. Nu gaat het vlugger en al raak ik daarbij in een fris briesje met de verwachte nevel, de top laat niet lang meer op zich wachten. De Seehorn is bedwongen!

Geen commissie van ontvangst treedt me tegemoet. Het is er eenzaam om vier uur ’s middags. Het Gipfelbuch, dat zich in een mishandeld busje bevindt, blijkt een klein doosje te zijn, waarop enkele namen staan gekrabbeld.

De nevel laat me geen blik op de Litzner, de oostelijke buurman van mijn gastheer. Een afdaling naar die zijde overtuigt me al gauw van de komende moeilijkheden, nog vermeerderd door onvoldoende uitzicht en gebrek aan tijd. Vanzelfsprekend betekent dit de terugtocht naar de top. jammer genoeg mis ik nog steeds het van deze top af ongetwijfeld grootse uitzicht. Beneden de nevel is er gelukkig ruimschoots gelegenheid om van het mooie panaroma te genieten. Een kleine variatie op de heenroute voert me door de zuidwand, waar het terdege oppassen geblazen is. Ook kom ik daardoor onder het niveau van de Seegletscher, maar zonder moeite is het ijs weer te bereiken, zodat ik even later met een voldaan gevoel huiswaarts tijg.

De Saarbrückner hut lijkt zeer geschikt als basiskamp voor een te houden bergsportcursus. Er is in de omgeving voor elk wat wils, ijs en rots in allerlei graden van moeilijkheid, culminerend in de travisering van Litzner en Seehorn. Moge mijn suggestie gehoor vinden.

K. GORTER