is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 4, 1955, no 2, 1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grote holen ontstaan, vele nog onbekend en ontoegankelijk, maar ook een groot aantal bezocht en in kaart gebracht. Enkele zijn zelfs voor het publiek te bezichtigen, zodat ook wij op eenvoudige wijze met deze natuurwonderen kennis kunnen maken.

In het Salzkammergut ligt vlakbij het stadje Hallstatt. aan de spoorlijn naar Bad-Aussee. het plaatsje Obertraun. Een busje of korte wandeling brengt U naar het dalstation van de Seilbahn. die U naar de beide grotten voert, waarvan de Dachstein-Rieseneishöhle eerst in 1910 ontdekt werd. De ingang van deze en van de Mammuthöhle liggen nog een kwartier stijgen boven het bergstation der Seilbahn. Met een gids, die U een carbidlampje in de hand drukt, betreedt U de volkomen donkere ruimte der Mammuthöhle. De temperatuur is amper boven nul. zodat de wandeling U niet onwelkom zal zijn. Geweldig zijn de afmetingen van gangen en zalen, waar vroeger het water zijn loop nam. Slechts een deel der machtige grot wordt U getoond, maar dit is voldoende om een voorstelling te krijgen van wat in het onafzienbare verleden hier gewrocht werd. Geen druipsteen zult U aantreffen, daarvoor is een hogere temperatuur noodzakelijk. Scheikundigen vertellen U haarfijn onder welke omstandigheden koolzuurhoudend water kalksteen oplost en wanneer het omgekeerde plaats vindt, waarbij het opgeloste materiaal in de vorm van druipsteen wordt afgezet. De temperatuur speelt daarbij een belangrijke rol en dient voor druipsteenvorming minstens acht graden Celsius te zijn.

Een geheel ander beeld toont de Eishöhle. Ook hier een lage temperatuur. maar nu is het water nog in vaste toestand aanwezig. De route voert langs gestolde rivieren van enorme omvang. langs bevroren watervallen. Ook ziet LI zuilen als in druipsteengrotten, maar alweer van ijs. in het voorjaar het laagst is en in de zomer slechts een geringe stijging vertoont.

In het warmere en lager gelegen gebied van de Adelsbergergrotten. nu Postojna Jawa genoemd, treffen we weer een andere situatie. Nu volop stalactieten (hangend) en stalagmieten (liggend), groot en klein, duizenden in getal. Met een treintje wordt de bezoeker rondgevoerd, zodat er gelegenheid is de ogen goed de kost te geven. Een aanvullende wandeling in de goed verlichte ruimten geeft een ieder kans van vlakbij de opnieuw gevormde kalksteen te bekijken. Sluiers van deze stof draperen sommige gewelven en aan enkele hiervan weet de gids een melodie te ontlokken, waardoor ..muziekzaal” een niet geheel misplaatste naam voor een der enorme ruimten betekent. Terwijl in Obertraun nauwelijks levende wezens in de grotten gevonden zijn. slechts een viertal exemplaren van een keversoort. zijn de Adelsberger grotten bij de zoölogen bekend door de aanwezigheid van de grotolm. Proteus anguineus. een salamander die in het pikdonker zijn leven sh't. De bezoeker krijgt de grijze wezens te zien in een vijvertje, waar zij in het kunstlicht traag door het water bewegen, of kruipende door de grijze modder, hun pootjes gebruiken.

Nog steeds vindt druipstcenvorming plaats. Interessant zijn de primaire stalactieten, ter breedte van een waterdruppel. Geleidelijk wordt