is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 4, 1955, no 3, 1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Drei Zinnen, van het Noorden uit gezien. Op de voorgrond de DreizinnenhUtte foto auteur

kletteren. ledere greep voor de handen en iedere voetsteun moest zorgvuldig gezocht worden. De kalksteen was echter muurvast en volledig betrouwbaar, zodat je van de kleinste uitsteeksels profijt kon trekken. Langzaam maar zeker kwam ik omhoog; ik wist mij van beneden gesichert, dat wel minder effectief is dan van boven maar toch een grote steun betekende. De wand, die een 20 meter hoog was, kwam uit op een klein plateautje, waar ik een goede gelegenheid vond om nu Jan veilig te kunnen sicheren. Hij kwam vlug na en wij namen een korte rust, waarin wij de verder te volgen route bekeken.

Wij konden nu over verschillende banden verder omhoog komen. Een hiervan voerde ons naar de oostelijke wand van de berg. Hier stonden wij aan de enorme kloof tussen Grosse en Kleine Zinne, waarnaar de wand onder ons steil afdaalde. Wij bevonden ons al iets hoger dan de top van de Kleine Zinne en het uitzicht hierop was werkelijk grandioos. Naar het Westen gaande, moesten wij nu de bovenkant van de zwarte kloof oversteken, waarna de bovenste van de twee horizontale banden voor ons open lag. Deze hoog in de Zuidwand van de Grosse Zinne gelegen band was zeer goed begaanbaar en bood een uniek uitzicht op de zuidelijk van ons gelegen Dolomieten. Vooral de in die richting gelegen groep van Cadin bood met zijn woud van omhoogrijzende rotstorens een fantastische aanblik.

Na ruim 100 meter bereikten wij een plaats, vanwaar het niet zo moeilijk was de wand rechts van ons in te gaan. Een Kamin bracht ons hier op een goed beklimbaar, maar door de beijsde rotsen niet ongevaarlijk wandgedeelte. Daarna voerde een korte met sneeuw gevulde kloof, waarin een groot rotsblok als het ware de bovenkant van een poort vormde, ons tot vlak bij de top. Na een tiental meters over rotsblokken waartussen nog kleine sneeuwveldjes blonken, waren wij om tien uur op de top zelf.

Op een van de door weer en onweer gekloofde rotsblokken genoten wij van het welverdiende uitzicht. Links van ons, en slechts weinig lager dan de top waarop wij zaten, lag de Westliche Zinne. Deze benam ons een groot gedeelte van het uitzicht naar die kant. Rechts voor ons, onder de vrijwel loodrechte noordwand van de Grosse Zinne strekte zich in de diepte een vallei uit, die in het midden met zijn fris groene kleur levendig afstak tegen