is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 6, 1956, no 2, 1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar de top

van de Wildspitze

't Is 4 uur op mijn horloge, als ik me voorzichtig uit m'n bovenbed laat zakken. Op 't matratzenlager is het nog stil alleen een Beier in de hoek snurkt met hoge, gierende uithaaltjes en zorgt zó voor de „kleine Nachtmusik".

Ik duik een paar sokken op uit de schemerige verzameling rugzakken, pickels en bergschoenen en hang even later uit het raam.

’t Weer ziet er weer niet erg aan.okkelijk uit. Grauw en dreigend staan de bergen in het vale licht en donkergrijze wolkenmassa’s schuiven traag langs de toppen. Ik bedenk, dat we in de week, die we nu al in de bergen rondzwerven, nog bijna geen enkele berg „helemaal” hebben gezien.

Het regent de grijze leien van het dak glimmen van het vocht. Een paar bergdohlen zwieren om de hut. Alles ziet er zo troosteloos uit, dat ik maar weer gauw naar boven klim en nog ’n uurtje ga slapen.

Dan heeft de regen opgehouden. De wolken hangen nog laag, maar hier en daar ligt een zachtrose gloed over al dat grijs. We staan op. Misschien wordt het weer nog beter!

Het water van de „Brunnen” is ijskoud en we zijn blij, als we onze dikke truien aanschieten kunnen. Martin is inmiddels ook buiten gekomen, en op onze vraag, wat hij van het weer denkt, klinkt het wijsgerig; „Vielleicht wird’s besser, vielleicht auch nicht”!

Ik sta nog even te praten met een Franse student, die 3 maanden de bergen in trekt. Eerst Oostenrijk, dan Zwitserland en Italië. Om jaloers op te worden! Het wordt een humoristisch gesprek; hij spreekt geen woord Duits en mijn Frans is op „berg-technisch” gebied nou ook niet bepaald perfect, maar we verstaan elkaar toch.

Om 6 uur „geht’s los.” We zijn de tweede Seilschaft, die vertrekt, maar de eerste gaat heel langzaam; die halen we al spoedig in.

't Is heel stil je hoort alleen ’t geluid van de bergschoenen door de dikke sneeuw en af en toe het gekras van een pickel over een steen.

De lucht is grauw, maar ver weg, links voor ons, schijnt de zon: een sprookjesachtig gezicht de Weisskugel staat stralend-wit tegen een diepblauwe lucht. De zonnestralen trekken langzaam over de bergen, en als we na een poosje stilstaan, ligt daar links een hele rij sneeuwtoppen, goudachtig glinsterend in het vroege morgenlicht.

„Angeseilt” gaat het nu steil omhoog naar het Mitterkarjoch. Langzaam, trede voor trede in de sneeuw stampend, gaat Martin vooraan. Boven op het Joch kijken we omlaag: daar beneden komt de tweede Seilschaft, als zwarte stippen op de felwitte sneeuw.

We gaan nu over de gletscher. Om ons heen is sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw, en voor ons uit, machtig en ongenaakbaar, de top van de Wildspitze.