is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 8, 1959, no 6, 1959

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Veneziakamni, gezien vanuit het Noorden

foto auteur

ligt over dit woeste oerlandschap. Er is geen menselijk wezen, noch enig spoor ervan te bekennen. Toch voel ik mij niet eenzaam, eerder een deel van deze ongerepte natuur. Op het Schranjoch wordt de rugzak gedeponeerd en aldus onbezwaard neemt de eigenlijke tocht over de Veneziakamm een aanvang. Al spoedig is de rugzak nog maar een zwart puntje, niet te onderscheiden van een keisteen. De zon begint te branden op mijn ongewassen gezicht (de Wirt van de Düsseldorfer Hütte zei immers: „Schmutz ist die beste Gletschersalbe"). • i j

De tocht van Spitze tot Spitze met daartussen de sneeuwgraten biedt steeds wisselende vergezichten. Voor me ligt het bolwerk van de Monte Cevedale en de Zufallspitzen. De Königspitze laat van hieruit zijn steilste kanten zien. De Ortler heeft een wolk om zijn kroon. De waarschuwing in de gids voor Wachtengevaar gedenkend, houd ik een veilige afstand. Dan is de derde Veneziaspitze bereikt en wens ik mijzelf een driewerf Bergheil. Ik installeer me voor een uitgebreide, met boterhammen en citroen ondersteunde, Gipfelrast met het gezicht op de nog steeds groeiende wolkenmassa s in het zuiden, die zelf wel bergen lijken. . t . t . . _ .. _ _ 1 1 r>„ rrcjnt

Te snel nadert het tijdstip om op te breken. De terugtocht naar het Schranjoch gaat in de eigen voetsporen, andere zijn er niet. Dan komt eigenlijk het moeilijkste deel van de hele tour. Het afdalen over de onbekende, niet te overziene Schranferner, die in tegenstelling tot de Careserferner talrijke spleten onder zijn sneeuwdek verbergt. Het is heet op de gletscher; in het dal zal wel een ware braadoventemperatuur heersen, net als gisteren in het Val di Rabbi. Na het laveren over de gletscher zijn mijn schoenen blij de zekere bodem van de morene onder zich te voelen. Nu alleen nog maar naar beneden klimmen om het pad, dat van de Fürkelescharte afkomt, te vinden. Alles gaat zonder moeilijkheden en langzaam slenter ik op de Zufallhütte toe. Nu de grootste inspanning en ook spanning achter de rug zijn, doet de moeheid zich gevoelen. Voldaan betreed ik tenslotte de hut, waar de uit het keukenluik ontsnappende geuren van in bewerking zijnde Schweinskoteletten mijn honger doen toenemen.

Nog veel meer zou er te vertellen zijn over de tochten in dit gebied. Over de stille, groene meren op de Weissbrunner Alpen, de bloemenweelde op de Obere Marteller Alm, de Kletterei in de noordwand van de Butzenspitze met nevel, de sneeuwhoenders en nog veel meer.

De dichtstbevolkte toppen zijn de Ortler. de Königspitze en de Cevedale. Hoeveel malen mij niet de vraag gesteld werd „Haben Sie die Cevedale auch gemacht? , is niet te tellen, een vraag die overigens nog steeds ontkennend beantwoord moet worden. Naast deze „Grote Drie” is er nog een rijke variatie in tomen van allerlei zwaarte, zowel voor de ijs- als de klauterliefhebbers.

Ik ga beslist nog eens terug. Voor de Cevedale.

Gerda van Schuppen

Aangenomen wordt dat de schrijfster hij de Hiittenwirt of andere bevoegde personen nadritkkelijk geïnformeerd heeft of deze tocht in Alleingang ondernomen kan worden. Red.