is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap = Die Niederländisch-Deutsche Kulturgemeinschaft; orgaan der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap, jrg 1, 1941, no 1, 1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van deze lange toon over tot de melodielijn van de tweede stem en ontvangt met behulp van het muzikale geheugen een volledige indruk van de muzikale bewegingen. Het kan nu genieten van de samenwerking van toon en de nieuwe indrukken, die het gehoor ontvangt, d.w.z. het kan de tweestemmige tuga beleven. Dit eenvoudige voorbeeld geeft een duidelijk beeld van de grondbeginselen van een muzikaal kunstgenot, want nu eerst zal men kunnen begrijpen, dat door oefening van gehoor en muzikaal geheugen de mensch in staat is het zoogenaamde ruwe hooren te scholen en te verdiepen. Als wij de groote taak op ons willen nemen om ons volk kunst te laten beleven en genieten, moeten wij allereerst weten waar wij deze taak kunnen en moeton aanpakken. Wij kunnen een onmuzikaal mensch maar in 'n zeer betrekkelijken zin tot muziek brengen. Aan de kern van den menschelijken aanleg kunnen wij weinig veranderen, maar de gegeven aanleg kunnen en moeten wij cultiveeren, en dat is op kunstgebied inderdaad te bereiken door het cultiveeren, het scholen, het ontwikkelen van het artistieke en muzikale geheugen. Met behulp van het muzikale geheugen zijn wij in staat uit alle kleine gehoorindrukjes het reusachtige gebouw van een symphonie, van een opera enz., niet alleen in oils op te nemen, maar ook te overzien en in zijn geheel te begrijpen en te beleven. Dit is niet, of wel bijna niet, door een eenvoudig hooren te bereiken. Het is niet waar, dat het kunstwerk zonder actieve medewerking van den hoerende, zonder voorbereiding, volkomen kan begrepen en verstaan worden. Men kan een fuga van Bach hooren en wel een zekere indruk van iets moois, waarin allerlei muzikaal mooie dingen gebeuren, meenemen. Maar men kan ook een fuga hooren met een open oor, d.w.z. met een bewust muzikaal geheugen, waarmee men hoort en er zich van bewust wordt dat hier drie en zelfs vier stemmen, zelfstandig leven en toch met de anderen een eenheid vormen. Eên fuga van Bach werkelijk te hooren, zich ten allen tijde bewust te zijn, welke groote en geniale vondsten hier uit veelstemmigheid een geheel vormen, behoort tot het grootste genot, dat op muzikaal gebied beleefd kan worden. Wie zoo hoort neemt een overweldigenden indruk mede, die aan diepte niet te vergelijken valt met den indruk van een passief, min of meer oppervlakkig hooren. Ik heb hier een betrekkelijk eenvoudig voorbeeld gekozen om eerst eens de algemeene opvatting \ van de baan te schuiven dat kunst op ons moet inwerken, zonder dat wij er een hand voor uitsteken, zonder dat het publiek en

de hoorders er actief aan medewerken. Dit is zoo vanzelfsprekend, dat men niet begrijpt, waarom niet iedereen dit weet. Ja, men begrijpt niet, hoe het mogelijk is, dat b.v. menschen veel geld voor een operavoorstelling betalen, zonder zich de moeite te hebben gegeven, ten minste een tekstboek van tevoren nauwkeurig te bestudeeren. ledereen weet dat men het gezongen woord maar heel moeilijk kan verstaan. Een opera krijgt haar groote gevoelswaarde uit de tekst en de handeling. De muziek der opera verdiept deze gevoelens, schept uit de persoonlijke gevoelens der „Helden" cosmische, alomvattende zielsontroeringen. De tekst van een opera is dus de verbinding tot het werk zelf.

Wij hebben slechts eenige voorbeelden gekozen, die natuurlijk gemakkelijk aan te vullen zouden zijn. Wat daarmede aangeduid moet worden is het volgende:

Elk kunstwerk is gegrondvest op een bodem van kuituur, het schilderij, de plastiek in een kuituur van zien. Onze groote muzikale uitingen in een kuituur van hooren. Wanneer men een kunstwerk aan het volk wil brengen, mag men de kuituur, waarop het gegrond is, niet achterwege laten. Om ook hier een voorbeeld te geven het volgende :

lemand, die b.v. niets van Christus en het Christendom weet, zal een Crucifix of een schilderij der kruisiging nooit met dezelfde gevoelen” en met dezelfde oogen kunnen zien als wij. Volkeren met een ander muzikaal stelsel, zooals b.v. de Chineezen en Japanners, zullen zonder scholing nooit de diepte van onze muziek kunnen begrijpen.

Hoe moeten wij dus het kunstwerk tot het volk brengen? Antwoord: door aan het volk bewust onze kuituur van hoo-

ren en van zien te leeren. „Het volk" is hier een veelomvattend begrip, want men behoeft niet te gelooven dat hieronder niet ook de z.g. beschaafden vallen. Juist bij hen zal een zeker vernisje van beschaving belemmerend werken. Daarentegen bestaat er in het volk een natuurlijk instinct voor het opnemen van kunstwerken en voor het aanvaarden van den weg, die noodig is om deze werken ten volle te kunnen waardeeren. Dit bewust leeren hooren en zien vereischt dus een actieve en geconcentreerde houding van den waarnemende, waarbij de weg, langs welke hij tot deze houding komt, zij het door scholing, ontwikkeling enz. verschillend kan zijn.

Een der vele mogelijkheden voor deze scholing ds op muziekgebied zeer zeker het vele hooren van muziek, waarbij de nadruk op het woord „vele" ligt. Het is dus ten zeerste te waardeeren, dat juist in den nieuweren tijd in ons land zooveel waarde aan dit werk wordt gehecht. Ik herinner hier slechts aan de concerten die Willem Mengelberg voor Vreugde en Arbeid dirigeerde, aan het opbouwende werk van het muziekgilde van het Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten, aan de zoogenaamde paedagogische concerten, aan het Nederlandsche radiomuziekfeest, aan het werk der Volksuniversiteiten enz. In dit geheele streven komt duidelijk het gevoel naar voren, dat kunstwerk en volk tesamen hooren en niet het een zonder het ander kan bestaan. „Een volk leeft zoo lang als de dokumenten van zijn kuituur leven" zegt een groot man. Cnze kunstwerken en onze kunst is het waardevolste dat wij bezitten. „Erwirb sie um sie zu besitzen" zegt Goethe.

OVER ALBERT VERWEY

Wanneer men het plaatsje Noordwijk aan Zee langs den hoofdweg van het Noorden uit nadert, ziet men aan zijn linker hand boven op het duin een groot alleenstaand huis. Van die hooggelegen plaats ziet het ver het vlakke, wat sombere en barre Hollandsche land in, dat echter hier ieder jaar omstreeks Paschen plotseling als het ware geëmailleerd wordt door de feestelijke gekleurde bloembollenvelden. Vroeger was dit een verlaten punt, nu zijn er overal villa's gebouwd en heeft het dorp zich tot hier toe uitgebreid.

In dit huis heeft de dichter Albert Verwey het grootste gedeelte van zijn leven

DOOR D. VOLKER NIJLAND

gewoond. Na in 1890 met de dochter van de letterkundige Van Vloten in het huwelijk te zijn getreden, trok hij zich hier in de eenzaamheid terug. Hij bleef er sindsdien wonen. De Noordzee, de duinen, de plotselinge kleurenpracht der tulpen vormden een waardige omgeving voor den dichter. En evenals het dorp langzamerhand naar zijn huis groeide, kwamen de menschen hem van lieverlede in zijn eenzaamheid opzoeken, ontstond zijn tijdschrift „De Beweging", werd hij meer en meer opgenomen in de gemeenschap en aanvaardde hij ten slotte, in 1924, zijn hoogleeraarschap in de naburige stad Leiden.