is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap = Die Niederländisch-Deutsche Kulturgemeinschaft; orgaan der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap, 1943, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

figuur maakt. Men kan zich voorstellen, dat een kunstenaar als Jan Sluyters dit stilleven, toen het hem destijds getoond werd, bijzonder gunstig be* oordeelde. De bijna boersebe bekoorlijkheid van dit spontaan getoetste doek schuilt in de harmonie der mooie bruinen en grijzen, in den monumen* talen bouw van de gebeele groepeering en in de voordracht, waarmede bet eenvoudige huisraad en bet forscbe dagelijkscb brood geschilderd is.

Als men bij zoo’n stoer stuk werk de sebilderes gadeslaat, kan men zieb baast niet voorstellen, dat deze tengere vrouw in staat is zulk een manlijke kraebt te ontplooien. Het is ongetwijfeld de geest* drift voor de kunst, die baar zulke zeldzame sdboone oogenblikken gesebonken beeft.

Ook aan baar leermeesters beeft Mevr. Iterson veel te danken. In de eerste plaats is bet Opzomer geweest, de bekende Antwerpsebe professor, die baar werk op een booger plan wist te brengen. Toen zij zich in 1926 op bet Hoogere Instituut te Antwerpen onder zijn leiding stelde, was zij niet alleen reeds drie jaren op de Londensebe Aea* demie geweest, maar bad zij ook vele jaren van zelfstudie aebter den rug. Tot 1934 is zij op bet Antwerpsebe instituut gebleven. Buiten de lessen van prof. Opzomer sebilderde en teekende zij stil* leven en model onder prof. Creytens en beoefende bet landscbapsebilderen onder prof. Baeselaer.

In Antwerpen maakte zij ook baar eerste viseb* stilleven. Als eebte coloriste viel baar aandacht op de praebtige transparante kleuren van de visseben, die daar in de ballen te kust en te keur lagen. Zij nam er eenige mee naar baar atelier en maakte

er een fraai stilleven van. Aangemoedigd door de waardeering van prof. Opzomer ging zij in dit genre verder en eenige jaren later kon zij reeds een groot succes boeken. Zij sebilderde toen bet hierbij afgebeelde stilleven met de groene flescb, de melkkan en bet zootje viseb op den schotel. Vooral de materie is bier bijzonder goed weerge* geven, zooals bet doorziebtige groen van de flescb en de weeke substantie van den baars en de schol* letjes met de pittige roode vinnetjes.

Ook de compositie en de fijne harmonie der kleuren onderling geven dit doek een voornaam cachet. Toen zij in 1940 met dit schilderij voor den dag kwam, werd baar hiervoor door „Arti” de gouden medaille toegekend. Reeds eerder was een ander werk van baar bekroond. Zoo verwierf zij destijds in Parijs de zilveren medaille. Ook op de tentoonstellingen, die de laatste jaren in Duitscb* land gehouden worden, beeft baar werk sueces ge* oogst. Op een dezer tentoonstellingen verkocht zij een fraai bloemstuk met Rbodondendrons en ook voor een forseb gesebilderd doek met zeepaling en katviseb toonde men veel belangstelling. Over de levensgesebiedenis van deze sebilderes heb ik reeds het een en ander medegedeeld. Zij werd in Über* lingen in Baden geboren, maar verhuisde reeds enkele dagen na baar geboorte naar Zwitserland. Reeds op jeugdigen leeftijd legde zij zich toe op bet teekenen en sebilderen van berglandschappen en bloemen. In 1907, na baar huwelijk met den Leidscben dokter Iterson, vestigde zij zich in Leiden, waar zij nog steeds een statig patriciërs* buis aan een der fraaie grachten bewoont.

NEDERLANDSCHE LITERATUURPRIJS 1942

Rede, gehouden bij de uitreiking van de Nederlandsche Literatuurprijs 1942

Dr. J. VAN HAM

IJ zijn hier bijeen om enkele schrijvers te ' \ eeren en hun een prijs uit te reiken namens hun volk. Het is misschien de moeite waard daar even bij stil te staan en te overwegen wat dat beteekent.

Een diebter, een romansebrijver is een dubbel wezen, ein Menseb mit seinem Widersprucb: kind en grijsaard, onbeholpen en wijs, kritisebe beoor* deelaar en bezetene, beer en dienstkneebt, tevre* den met een stille kamer, maar waar door een boog venster aarde en hemel binnentreedt; bet is hem voldoende voor zichzelf alleen te zingen en toeb is bij niet tevreden voor een ganseb volk naar hem boort. Hij wil niet gestoord worden en bij laat nie*

mand met rust. Ik zou zoo door kunnen gaan tegenstellingen op elkaar te boopen, maar bet is me niet om een rbetoriscb spel begonnen. Ik heb sleebts zooveel opgenoemd als noodig was om U duidelijk te maken, dat ook een huldiging als deze prijsuitreiking in deze tegenstrijdigheid be* trokken is.

Zooals ik reeds zeide: een diebter wil eigenlijk bet liefst met rust gelaten worden, bij wil gelegen* beid hebben om te werken, bij beeft geen behoefte om voor bet front getrokken te worden en waar* deerend op den schouder te worden geklopt, er zijn zelfs schrijvers die er beelemaal niet tegen kunnen om naar boven gebaald te worden. En toch