is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap = Die Niederländisch-Deutsche Kulturgemeinschaft; orgaan der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap, 1943, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de steden, de schoonheid en den zin van het lan? delijke leven leeren waardeeren en begrijpen; werd zelfs in het wordingsproces ervan ingeschas keld als medearbeider en voelde zich onbewust o,rganisch met den bodem verbonden. Het lichaam zelf ontwikkelde zich tot een stevig gebouwd cors pus, waaruit een gezonde geest volgde. Nooit heeft de kunst van het bouwen een verhevener taak te vervullen gehad dan de geestelijke opvoedster te zijn van de jeugd.

Het sterke gezonde lichaam moest zijn harmonie terugvinden niet alleen in de natuur, maar ook in de afgebakende plastische ruimteverdeeling der bouwkunst. De hoogste eischen werden aan den

architect en zijn dicipelcn gesteld, temeer daar hij op geen traditie uit het verleden kon teeren.

Het zal steeds de grootste verdienste van den nationaahsocialistischen staat zijn zich te wijden aan het zoo moeilijke probleem, een opvoeding aan de jeugd te willen geven, in een organisch vers band van lichaam en geest, strekkende over het gansche volk. Een geweldige taak, die zeer zeker met groote moeilijkheden gaat, maar die, gezien de gezonde basis en begrippen waarvan men uitgaat, tot een bevredigend resultaat zal voeren.

Er zijn in de bouwwereld pioniers geweest, in ons land en andere landen, die zich met het pros bleem der hedendaagsche woonkultuur onverpoosd hebben beziggehouden, maar tenslotte slechts een fractie van een volk bereikten. Zeer zeker zijn vooral in ons land schitterende resultaten bereikt

Zoo het moet zijn: H.J.-Heim in Köln«Bischendorf

op het gebied der schoolgebouwen, maar daar waar het om ging, de trekkende en reizende jeugd te herbergen, lieten de gebouwen veel te wensehen over, vooral uit kultureel en opvoedend oogpunt gezien. De aankleeding dier gebouwen, met vaak Indiaansehe attributen, was beslist niet het middel de geest van de jeugd tot eigen aard en zieleleven terug te voeren, afgezien van de meestal verkeerde indeeling der levensruimte met hun bijbehoorende installaties, (fig. 1).

In het Duitsche Rijk nam men terstond maat* regelen om tot een afdoend resultaat te komen. Duizenden architecten werd de opdracht ges geven een „Jugendheim” te ontwerpen, waarvan

een zeer klein gedeelte min of meer de directe bes teekenis van zoo’n heim had begrepen. Na een grondige selectie werden aan enkelen daarvan de opdracht verstrekt. De architecten streeksgewijze ingedeeld en tenslotte als gebiedsarchitecten aans gesteld, die dan ook als taak kregen andere archis tecten uit zoo’n gebied in te lichten of voor te bes reiden op de zoo moeilijke maar ook zoo interess santé problemen der bouwkunst voor de jeugd. Het spreekt vanzelf, dat ook die kunstenaars die met de verschillende ambachten te doen hadden, hierbij werden aangesloten en de algemeene leiding te zorgen had voor een goed geheel.

Een dezer gebiedsarchitecten, de heer Hans Voss uit het gebied Düsseldorf en tevens architect der Befehlstelle der Niederlande te Den Haag, heeft zich tot taak gesteld enkele onzer jonge Hols landsche architecten en ambachtskunstenaars in