is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap = Die Niederländisch-Deutsche Kulturgemeinschaft; orgaan der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap, 1944, 1944

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zai hij weldra ook in economie en samenleving te bespeuren zijn. Omgekeerd; doet zich bij de kum stenaars de drang naar samenbundeling gelden, naar krachtig, ernstig scheppend werk, dan zullen niet lang daarna politiek en volkshuishouding den* zelfden weg volgen. Opmerkelijk was in dit opzicht een uitspraak van den Duitsehen architect Fritz Hoger in het internationale architectencongres te Boedapest in het jaar 1930: „Dat er op het oogens blik een domineerende Duitsche bouwkunst is, bc; wijst, dat er weldra een eensgezinde, groote Duits sche gedachte zal zijn.” Tegelijk was er een inters liationaal genoemde bouwkunst, die groote denk* beelden, zoo dat van een grootscheepsche geleide economie, manifesteerde. Voorboden van een nieuw architectonisch tijdperk. Het is de logische opeens volging van de drie beginselen: strenge orde, vrije orde, vrijheid. De middeleeuwen met hun hiërars chische structuur, hun strenge ethische wetten, hun gilden, vormen een groot tijdperk van orde, het tijdperk sedert de Renaissance daarentegen een van toenemende vrijheid. Na de vrijheidshelden zijn weer de scheppers van orde gekomen. De vers gelijking van de drie groote eultuurtijdperken: Egypte, Hellas, Rome, het Westen, levert het bes wijs-. Egypte: de best geordende, strengst georgas niseerde staat, Griekenland: de schoonste synthese van orde en vrijheid, en de Westersehe cultuur heeft een vrijheid geboden, zooals geen vroegere ooit heeft gedaan.

De Egyptische cultuur is voorafgegaan door de voorhistorische. In de holen van de Dordogne is de kunst te vinden, die hieraan voorafging. Vers wondering wekt het feit, dat de daar ontdekte schilderijen van impressionistischen aard zijn, dat de wolven, rendieren, bisams en andere dieren buitengewoon levendig met min of meer vage oms trekken zijn afgebeeld, zoodat deze werken van den oermensch in menig opzicht aan de impressios nistisehe kunst van den tegenwoordigen tijd doen denken. Maar ook deze kunstwerken waren niet de eerste. Eenige duizenden jaren vroeger de cultuurperiode wordt „Aurignac” genoemd zijn reeds holensehilderingen te vinden, die alleen uit scherp geteekende omtrekken bestaan, die dus eigenlijk niet zijn geschilderd, maar van een meer teekenachtige, plastische opvatting getuigenis afs leggen. Uit dien tijd zijn ook de plastische, al te plastische Venusfiguren afkomstig, die tegenwoors dig zeker niet meer zoo zouden worden genoemd. Ook deze plastieken zijn niet de eerste kenmerken van menschelijke cultuur, maar de holen zijn zeker reeds veel vroeger door de oermensehen bewoond geweest. Zoo ziet men zich de eerste drieledige cultuurgolf van den mensch ontwikkelen. Toen hij voor het eerst in het hol vluchtte, zijn huis eenigss zins uitbreidde: dat is de eerste architectonische tijd van den mensch geweest. Daarop volgde de eerste plastische en daarna de eerste sehilderach* tige tijd. Na deze geheele voorhistorische periode.

De nieuwe Rijkskanselarij, tuinzijde