is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 4, 1944, no 10, 1944

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als ik groot ben ga ik ook op de fabriek werken.

Ik ga ook werken voor het vijfjarenplan. Als ik groot ben word ik lid van de Partij.

Verderop komen langere leesoefeningen. In één ervan wordt verteld, hoe kinderen in staking gaan „om hun vaders te verbeteren”, in een andere worden de geestelijken „staatsvijanden nummer één” genoemd. Practisch bevat elke oefening een les in de bolsjewistische leer.

De klassen zijn op de Sovjet-scholen meestal te groot en bevatten van 35 tot 50 leerlingen, zoodat het voorkomt, dat een school van tien klassen 400 tot 500 leerlingen heeft. Schoolgeld behoeft er niet betaald te worden, wel moeten de ouders de leermiddelen bekostigen. De prijzen zijn niet hoog, doch het materiaal is meestal ongelooflijk slecht van kwaliteit.

In de Sovjet-Unie bestaan uitsluitend gemengde scholen, waaronder talrijke internaten. Hoewel dit in een normale samenleving uiteraard geenerlei bezwaren behoeft op te leveren, leidt het in de Sovjet-Unie tot allerlei misstanden. De „vrijheid” van de jeugd komt vooral in de internaten niet zelden tot uiting in den vorm van geslachtelijken omgang tusschen de kinderen, vooral wanneer jongens en meisjes van 12 tot 16 jaar gemeenschappelijke slaapzalen deelen bij onvoldoende toezicht. Krachtens de geldende wetten kunnen minderjarige kinderen in de Sovjet-Unie door den staat aan het ouderlijke gezag onttrokken worden. Deze, op zichzelf ongetwijfeld heel nuttige, maatregel wordt echter maar al te dikwijls toegepast om de beïnvloeding van kinderen door „contrarevolutionnaire” ouders tegen te gaan. De staat kan „beslag leggen” op kinderen boven de zes jaar.

Hebben de kinderen de tienjarige school doorloopen, dan kunnen zij, mits zij voldoende begaafd en vooral politiek betrouwbaar worden geacht, toegelaten worden tot een „arbeidershoogeschool” of tot een der andere hoogescholen. Een afzonderlijk middelbaar onderwijs bestaat er practisch niet, daartoe dienen de laatste vier klassen van de tienjarige school. Het bezoek van de „arbeidershoogescholen”, alsmede van de meeste technische- e.a. vakscholen is kosteloos, alleen de leermiddelen moeten vergoed worden. Daaraan bestaat een nijpend tekort, zoodat dikwijls meerdere studenten van één en hetzelfde boek gebruik moeten maken. Aan het bezoek van andere hoogescholen zijn wel collegegelden verbonden (van 200 tot 300 Roebel per jaar), tenzij van staatswege een stipendium wordt verleend.

Blijkens de statistieken is het percentage Joodsche docenten en studenten op alle hoogescholen in de Sovjet-Unie bijzonder hoog. Ongetwijfeld vindt dit zijn verklaring in de politieke betrouwbaarheid van de Joden in de Sovjet-Unie, alsmede in hun, bij anderen meestal zeer gunstig afstekende, materieele omstandigheden. Er zijn echter ook nog vele professoren uit den tsaristischen tijd aan de universiteiten verbonden, aangezien zij door het bolsjewisme nog niet gemist konden worden. Deze hoogleeraren zoeken vergetelheid in den arbeid en het is hoofdzakelijk hun verdienste, dat de wetenschap in de Sovjet-Unie op een redelijk peil is gebleven en op velerlei gebied zelfs markante resultaten werden bereikt.

De bestrijding van het analphabetisme hoe prijzenswaardig dit streven op zichzelf ook is had in de Sovjet-Unie een bijzonderen achtergrond. Als basis voor de wereldrevolutie moest de Sovjet-Unie immers over een reusachtige industrie kunnen beschikken. Om deze industrie eerst in het leven te roepen en dan van vakkundige arbeidskrachten te voorzien, moest de bevolking op een hoogeren trap van vooral technische ontwikkeling worden gebracht. Denzelfden eisch stelden ook de noodzakelijke mechaniseering van den landbouw en de opstelling van een modern uitgerust leger. Een arbeider uit den tsaristischen tijd zou immers niet opgewassen zijn tegen de gecompliceerdheid van een moderne gigantische fabrieksuitrusting. Een ouderwetsche boer zou niet in staat zijn b.v. een landbouwtractor te bedienen. Een technisch ongeschoolden recruut zou men niet bij het pantser- of luchtwapen kunnen indeelen. Daarom bond de staat een hardnekkigen strijd aan met het analphabetisme en voerde den algemeenen leerplicht in. Vooral in het begin werd al heel hard van stapel geloopen. Niet alleen kinderen en volwassenen moesten lezen en schrijven leeren, doch ook grijsaards werden gedwongen tot het bezoeken van speciale avondcursussen, waarschijnlijk om hen toegankelijk te maken voor geschreven propaganda.

Van de vreemde talen werden vóór het uitbreken van den oorlog practisch alleen Duitsch en Engelsch geleerd, voor Eransch bestond vrijwel geen belangstelling. Ook voor de hoogere rangen in het Roode Leger was alleen de kennis van Duitsch en Engelsch verplicht. Over het algemeen werden vreemde talen in de Sovjet-Unie uitsluitend om practische redenen geleerd, aangezien litteraire werken in vreemde talen het land niet binnenkwamen.

Het atheïsme wordt in de Sovjet-Unie ook op school ijverig gepropageerd. In welke mate de kinderzielen vergiftigd worden, blijkt bijzonder duidelijk uit de volgende „tien geboden voor den atheïst”, welke in elk geval vóór den oorlog op de meeste scholen in de Sovjet-Unie aangetroffen konden worden:

1. Als je een goede leerling wilt zijn, moet je bezboschnik (atheïst) worden;

2. Laat je door niemand en nimmer naar de kerk sleepen; 3. Als je ouders je tot godsdienstoefeningen willen dwingen, wend je dan tot het N.K.W.D.;

4. Geef alle vijanden van den staat aan, waarvan je bekend is, dat zij een godsdienst aanhangen; 5. Een bezboschnik is een trouwe volgeling van Lenin en Stalin;

6. ledere atheïstische leerling draagt het insigne van den bezboschnik; 7. Als je een priester ziet, wijs hem dan met den vinger na als den grootsten vijand van het proletariaat; 8. Als goed bezboschnik moet je de bolsjewistische leer grondig kennen;

9. Vergeet nimmer, dat de geestelijken de grootste vijanden zijn van onze revolutie-, 10. ledere bezboschnik moet te allen tijde bereid zijn het I Sovjet-bewind met de wapenen in de hand tegen binnen\ en buitenlandsche vijanden te verdedigen. ■

Deze „tien geboden voor den atheïst” zijn niet minder dan een afschrikwekkend voorbeeld van de bolsjewistische opvoeding van de jeugd.

Tot de typisch bolsjewistische verschijnselen, die zelfs tot in het buitenland ruchtbaar zijn geworden, behoort ongetwijfeld het massale verschijnsel van daklooze zwervende kinderen in de Sovjet-Unie.