is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 3, 1943, no 4, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPVOEDING INI VOLKSCHEN CEENt

ORGAAN VAN HET OPVOEDERS GILDE

No. 4 3e Jrg. 22 Bloeimaand (Mei) 1943 Verschijnt eiken Zaterdag Uitgave; NENASU, Postbus 58, Utrecht, Telef. 11851 – Giro 207915 t. n. v. Volk en Vaderland

Wnd. Hoofdopsteller: I. T. van Eelen ■ 's-Gravenhage Opstelraad: Dr. G. de Gelder en Dr. W. F. de Groot Wnd. Secretaris van den Opstelraad: J. Hettema, Thorn Prikkerlaan 46 – 's-Gravenhage Organisator: I. T. van Eelen – 's-Gravenhage

RASHYGIENE EN OPVOEDING

DOOR J. A. VAN DER HOEVEN, ARTS Overgenomm uit Nieuw Nederland, Maart 1943

„Rashygiëne” is geen nieuwe kreet, die gelanceerd wordt, zooals men een nieuwe „Schlager” lanceert. Het is een begrip van verstrekkende beteekenis voor de toekomst van elk volk, dat van het doorvoeren van rashygiënische maatregelen de noodzakelijkheid inziet. Men zou het begrip Rashygiëne het best kunnen omschrijven met: de methode om het voortbestaan der erfmassa van het ras (dus ook van de binnen deze biologische grens vallende volkeren) te verzekeren en de ontwikkeling ervan in • gunstigen zin te beïnvloeden.

Ras is een voortdurend aan wijzigingen onderhevige voortplantingsgemeenschap, waarvan de erfmassa typisch is. De wijzigingen kunnen in gunstigen en ongunstigen zin plaats vinden. Het leeren kennen van de oorzaken-en het wezen dezer wijzigingen vormt den gronds-ag voor het practische werken van den rashygiënist. Voor het doorvoeren van rashygiënische maatregelen wordt bij een volk een dieper begrip verondersteld, dat slechts ontwikkeld kan worden op de basis van een biologische wereldbeschouwing. Eerst dan zal een volk in staat zijn de offers te brengen, die er in dit verband van geëischt moeten worden. Elk volk wordt bedreigd door een zifting in ongunstigen zin, die een verslechtering van de erfmassa van dit volk ten gevolge heeft. Dit complex van verschijnselen noemt men degeneratie.

Het verschijnsel dezer ontaarding is een der meest hachelijke en moeilijk te doorgronden problemen, waarmee elk kultuurdragend volk te kampen krijgt.

Het verkrijgen van beter inzicht in deze verschijnselen was het doel van een 5-daagschen artsen-cursus, die in den Haag in Januari plaats vond.

Bij den opzet van dezen cursus ging men uit van de gedachte, dat het huidige artsencorps nog maar zeer oppervlakkig met de problemen in aanraking was gekomen, vooral ook omdat elke universitaire scholing tot nu toe ontbroken heeft. Wel kenden onze imiversiteiten de genetica, d.i. de erfelijkheidsleer. Ja, er waren zelfs geleerden, die de stoute schoenen aantrokken en de eugenetica voorstonden, de leer van het uitoefenen van invloed ten goede op de voortplanting, maar dan beperkt tot enkele erfelijke ziekten, onder volkomen negatie van het rascriterium.

Inhoud: Rashygiëne en opvoeding – Sexueele opvoeding – Gildenieuws – Boekbespreking – A.V.L.O.N

Het stond langzamerhand ook voor den democratischen medicus vast, dat een uitgesproken dominant overervende ziekte, als bijv. de Chorea van Huntington (een met een typische motorische onrust gepaard gaande hersenkernen-degeneratie) een zoo ernstige belemmering voor het levensgeluk van den betrokkene is, dat het wetenschappelijk gesproken gerechtvaardigd is de nakomehngschap, waarvan volgens de ervaring vast staat dat 50 % de kans heeft deze ziekte te krijgen, te verhinderen. Doch de Kerk verzette zich hiertegen. De problemen om het „pro” en „contra” speelden zich voornamelijk op religieus gebied af. De democratische wetenschapsman stuitte hier op den muur, dien de Kerk rondom het heilige huisje van den mensch-zondaar opgetrokken had.

Hoewel de feiten, de afstamming ook der menschen volgens bepaalde wetmatigheden allang niet meer ontkend kon worden, klampte, men zich halsstarrig aan het voor ons overleefde dogma der zondetheorie vast: Zoo God dan een mensch of een geslacht met een erfelijke belasting gekenteekend had, dan was het ook Zijn wil, dat deze mensch en dit geslacht dezen last droegen tot in der eeuwigheid.

' Hier nu ligt het kardinale punt. Want niet de moderne rashygiënist handelt in strijd met Gods wetten; doch juist de aanhanger van de zonde-theorie stelt zich bloot aan