is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 3, 1943, no 26, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPVOEDING VQIJLSCHEN GEESÏ

ORGAAN VAN HET OPVÜEDERSGILDE

No. 26 3e Jrg. 23 Zaalmaand (Oct.) 1943 Verschijnt eiken Zaterdag Uitgave: NENASU, Postbus 58, Utrecht. Telef 11851 – Giro 207915. Adm.: Oude Gracht 172-176, Utrecht.

opsteller: r. Hettema – VlnKeveen. Opstelraad: Dr. G. de Gelder en Dr. W. F. de Groot. Wnd. Secretaris van den Opstelraad: J. Hettema, Thorn Prikkerlaan 46 – ’s-Gravenhagc Organisator: I. T. van Eelen – ’s-Gravenhage

Doel en streven van het Opvoedersgilde

Hei Opvoedersgilde is de organisatie, die de vereeniging is van alle natuurlijke en professioneele opvoeders in Nederland. Als zoodanig zijn dus lid van het Gilde allen, die als ouders, voogden of verzorgers met de opvoeding der kinderen belast zijn en allen, die als beroep, als roeping hun levenstaak hebben in de opvoeding der kinderen. Dat zijn dus alle onderwijzers, leeraren en professoren van het Voorbereidend Onderwijs af tot het Hoogere Onderwijs toe, in het kort allen, die den eere-titel schoolmeester voeren. Het Opvoedersgilde is geen vakorganisatie volgens het patroon van vóór 1940. Toen waren die organisaties de afspiegeling van de verdeeldheid van ons volk in politiek en godsdienstig opzicht. Wat verscheidenheid was m-aakte men tot tegenstelling en wat onderscheid was, tot verdeeldheid. In ieder vak, in iederen stand was men georganiseerd naar zijn godsdienst en-of politieke overtuiging. Wanneer we alleen maar zien naar het korps onderwijzers. Daar hadden we den Bond van Nederlandsche Onderwijzers, het Nederlandsch Onderwijzers Genootschap, de Katholieke Onderwijzersvereeniging, de Christelijke Onderwijzersorganisaties, aparte organisaties voor Hoofden en voor onderwijzers. Men was zich dikwijls bewust, dat dat een ónmogelijke situatie was, die iederen strijd voor verbetering op het gebied van onderwijs a priiorie tot vruchteloosheid doemde. Het gevolg was, dat men hier met meer, daar met minder succes, naar fusie streefde. Dit laatste verschijnsel was een bewijs voor het practische inzicht van den onderwijzer. Wat men vóór 1940 grootendeels vergeefs probeerde, is in het Opvoedersgilde werkelijkheid geworden. De eenheid van doel en streven is tot een eenheid in de organisatie van de opvoeders in Nederland geworden.

Hieruit volgt, dat wij voor een groot deel het gemeenschappelijke in het doel en streven der vóóroorlogsche onderwijzersvakorganisaties terugvinden in het doel en streven van het Opvoedersgilde. Wij onderscheiden: vakbelangen, vakgenootenbelangen en de belangen van hen, wien ons vak geldt: de kinderen van ons Volk.

Wij zullen ons dus inzetten om de technische voorwaarden te verbeteren tot 'het bereiken van ons ideaal: „Goed onderwijs voor het Nederlandsche kind”. En dan zien wij dat onderwerp niet zooals de liberale wetgever in de afgeloopen + 100-jarige periode dat zag, n.l. als onderwijs en opvoeding, maar als opvoeding en onderwijs. Van Adolf Hitlei en van onzen Leider zijn uitspraken bekend, waarin zij verafschuwen en veroordeelen het intellectualisme van den verganen tijd. Reeds in de schoolbanken der laagste klassen van de lagere school volgde men het systeem, dat voortliep tot in de Universiteit. Het inpompen van wetenschap en de norm, dien men dan ook aanlegde bij de beoordeeling van de grootste geschiktheid voor een leidende functie in het maatschappelijke, sociale of geestelijke leven in ons Volk was: de grootste hoeveelheid z.g. parate kennis. Onze Leider spreekt van boekenkasten, die leeggeschud waren in de kleine hoofden.

Wij hebben gebroken met die liberale opvatting van onze taak. Wij beschouwen goed onderwijs, dat onderwijs, waarbij op de eerste plaats gearbeid wordt aan de opvoeding

der kinderen tot karaktervolle leden van het Nederlandsche Volk. Niet de oppervlakte in vierkante meters van het land waarop wij wonen bepalen de beteekenis van ons Volk, maar de superieure karaktereigenschappen die het heeft.

Wij leden van het Opvoedersgilde begrijpen, dat het opvoeden van onze jeugd niet mogelijk is zonder een fundamenteel beginsel. Wij verwerpen in onze opvoeding de idee „neutraal”. Wij zijn positief. Ons beginsel is het Nationaal Socialistisch beginsel, de historische, cultureele en biologische verbondenheid van alle leden van ons volk. Deswege zijn wij Nationaal-Socialisten. Want uit deze gebondenheid volgt onze eisch van sociale rechtvaardigheid voor deze met elkaar verbonden leden van dat groote gezin, dat ons Volk heet.

Ons Volk als een ~eenheid” volgens zijn oorsprong en de plaats, die God het op de wereld gegeven heeft, de bloeden bodemverbondenheid dus. En als zoodanig zullen wij als opvoeders de jeugd, die over eenige jaren de kern van ons volk is, wapenen met het harnas, waardoor zij ons bloed verdedigen kan en dus ons volk zijn bestemming geeft. En dat harnas is een Germaansch karakter van vreemde smetten vrij. Eenvoud, moed, openhartigheid en trouw. Heerlijke voorbeelden hiervan vinden wij reeds nu bij onze jeugd, onze jongens en meisjes van den Jeugdstorm, die onder hun schoolmakkertjes gesard, genegeerd en gejudast worden en toch op een vraag van een uit zijn evenwicht geslagen onderwijzer: „Wie is er lid van den Jeugdstorm” vrijmoedig den vinger opsteken, ofschoon ze weten, dat een hoongelach daarop volgen zal.

Wij leden van het Opvoedersgilde hebben de ontzaglijk zware en verantwoordelijke taak de deugden van ons Germaansche ras aan te kweeken bij onze leerlingen en daartoe moeten wij ons de zelfkritiek niet sparen. Wij moeten onder onze collega’s de typen zijn, die men er uit halen kan. Wij moeten zonder te overdrijven ons beginsel durven uitdragen, daar en dan wanneer dat propagandistisch werken kan. Hij, die onder de collega’s karakter toont, heeft onder de schoolnueesters nog altijd respect afgedwongen.

Als leden van het Opvoedersgilde moeten wij ook de stuwende kracht zijn, wanneer reorganisatie van het onderwijs op het Departement ter hand wordt genomen. Wij zullen moeten bestudeeren en er onzen tijd aangeven dat degelijk te doen, want ons lidmaatschap legt ons ook verplichtingen op. Wij zijn een kern, die drijven moet, opdat, wat tot stand komt voor een doed deel ook ons werk is.

Om iets te noemen: Reeds de oude paedagogiek zeide, dat onze opvoeding erop gericht moet zijn het kind er op voor te bereiden, dat het in het leven kan slagen. Wij nemen

INHOUD: Doel en streven van het Opvoedersgilde Kleintjes De vinger op de wonde Gildenieuws A.V.L.O.N. Lijst van vacatures.