is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 3, 1943, no 45, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN GRUNNEN

Een koele wind trekt door den klaren nacht En doet de paarse zulte-bloemen nijgen....

Het gladde wad ligt wijd in zilv’rig-zwijgen: De maan ontvouwt haar glans in onverwelkte pracht....

Het oude Godshuis, waaromheen de linden stijgen

Beheerscht de wierde, sinds de Boodschap werd gebracht. Ver raast de zee met ingehouden kracht

Een uil gilt langs het dorp zijn eeuwig-dreigen....

Zoo ligt daar Grunnens grond, als in zichzelf verloren;

Zijn schoonheid wisselt met de schrijding van de dagen:

Voor hem brandt ons gevoel, sinds d’Ouden hem verkoren...

Hun bloed doet in ons volk nog steeds de deugden dragen Van plicht en zuiverheid en trouw gelijk te voren:

Hun ruige kracht zal mee de Groote Toekomst schragen!

Delfzijl.

o. G. HOBERG

SCHOON OOST-BRABANT

REIZE DOOR DE MAJORIJ VAN ’s-HERTOGENBOSCH IN DEN JARE 1944

door L. G. WELDERING

Langen tyd heeft ons Brabant daar gelegen als een stuk rauwe grond, waarvan de waarde maar zeer problematisch was.

De grond: zand, bestekt met hei en bosch, of nog woeste zandverstuiving, waarvan de legende van het Zandbosch te Deurse (Deurne) ons zulke merkwaardige dingen heeft verhaald. (Dit zandbosch is hetzelfde waar Antoon Gooien rijn goeden moordenaar laat rondzwerven na de bedreven misdaad op Pietje Pinksteren).

Over onze eigen cultuurwaarden hoorde men zelden reppen. Dat de mooiste kathedraal van Dietschland in Den Bosch stond, scheen totaal onbekend. En toch zou deze kathedraal, gesteld dat een concours de beauté onder de Dietsche basilieken mogelijk was, met glans de vergelijking kunnen doorstaan en als schoonste daaruit te voorschijn treden. Gebouwd door den grooten Alard Duhameel (vereeuwigd in den Erwtenman?) mag zij staan onder haar rivalinnen: De Mestreechter Lieve Vrouw is wel eerbiedwaardiger, maar lang niet zoo rank en licht. Sint Servaas, ook uit het oude Tricht, heeft wellicht het mooiste portaal van heel Dietschland, maar een portaal is nog geen kerk. De Sint Maarten van Uitert is hooger van toren en dak en zijn steunberen achter het koor zijn ongetwijfeld imposanter, maar de Sunte Jan overtreft in oppervlakte en lengte, in rijkdom van uitvoering. Ziet die kapellenkrans rond het priesterkoor en dan dat juweeltje par excellence de gerfkamer. En dan die lichtlantaarn op de viering, de beeldenschat (waaronder het fameuze gedraaide baldakijn), de ragfijne, koperen, legendarische luchter, de prachtige doopvont gegoten door Arnold van Tricht, de luchtbogen met de poppetjes (ziet den Jood met den blinddoek en de apen die elkaar de vlooien afvangen, alzoo niets nieuws onder de zon!) En wat verdween er niet uit de Sint Jan: Een heel lijstje van schilderijen van Jeroen Bos, het zoo vermaarde oordeelspel (thans in het prov. museum) en het oxaal. Maar we gaan nog even door met ons concours de beauté. Sint Laurens van Rotterdam en de Nieuwe Kerk van A’dam zijn wat hooger en ranker in de vensters van het dwarsschip en dat staaltje met dien opgelichten toren van mijn dierbaar R’dam, doen ze in Den Bosch niet na, maar virtuositeit is nog geen kunst zou Corelli zeggen, al heeft ook de Sint Jan z’n nummertje op dit gebied n.l. het steenen overwulfsel, dat wel tot 29 m hoogte gaat. De

Sint Jan is bovendien niet van gewone baksteen, die bruin gaat worden op den duur, nu hij is aristocratischer in zijn groefsteen uit België en Frankrijk, Drachenfels en Bentheim. Wat een variatie in de kleuren b.v. aan de kolommen van de triumphboog: blauwig, roomgelig. Beauvais en Le Mans hebben dat ook, maar.... geen schip als Den Bosch. Sainte Gudule .op den Treuzenfcerg te Brussel heeft twee machtige Westertorens, maar verder is rnademoiselle in elk opzicht de mindere van Sint Jan. De Dom van Keulen (evenals de S. J. naar Amienser recept) zou ongetwijfeld in elk opzicht geweldiger kunnen zijn, maar is 1880 nog middeleeuwsch? Chartres, Amiens en Reims doen als vroeg-Gcthiek wat kaal aan tegenover de laat-Gothlek van Den Bosch.

Sulpicius van Vorst die èn voor Diest èn voor Leuven bouwde was een eerlijk man, toen hij bekende, dat Diest uiterlijk wel wat lijkt op Sint Jan en van Leuven het koor, maar de epigoon is niet de meester. En hebt U de glasramen gezien der O.L. Vrouwekapel en verder de gebrandschilderde vensters geschonken door den hertog van Brabant, Kardinaal Enckewick uit Mierlo (die daar nog het oude-mannekes-huis voor „twaalf apostelen” stichtte), den graaf van Bueren, het geslacht van der Stegen en Jan van Helst? Sunte Jan bovenaan!! Revenons è, neus moutons. Een naam als Jeroen Bosch klonk wat te Spaansch en Pieter Brenghel (de Oude) wat te Belsch. En toch is de eerste uit Den Bosch en op „De Boerenkermis” staat duidelijk de kerk van Brenghel („Apud Bredae” zegt Guicciardini in zijn „Description des Pays Bas”. „Apud Son” ware juister geweest, daar vandaan hebben we meteen Sonnius).

We waren trouwens zelf vergeten, dat in den Bourgondischen tijd het cultureele centrum van Duitschland in Brabant lag, maar sedert we geen asschepoester meer waren van de Ho. Mo. in Den Haag, zijn wij ons zelf bewust geworden. Een jong en krachtig (boomschors als voedsel en de beruchte „roode loop” zorgden wel voor natuurlijke selectie) Brabant is ontstaan, geoutilleerd met de beste middelen op allerlei gebied. Een machtig industrie-gebied werd 0.-Brabant met nog allerlei vooruitzichten. Want diep onder de Peel wachtten steenkool en olie en wie weet wat nog meer.

Touristisch biedt deze streek allerlei: Daar is b.v. het huis Maurich, verknoopt aan de reductie van Den Bosch in 1629. Het kasteel van Heeswijk met zijn talrijke kunstschatten en antiquiteiten. Vooral de afdeeling folteringen, met het beroemde draaiertje, dat de noodige hilariteit verwekt. Hier sliep in een der pompeuze bedden een-