is toegevoegd aan je favorieten.

Arbeidsbestel; orgaan van het Rijksarbeidsbureau, den Rijksdienst voor de Werkverruiming en den Nederlandschen Werkloosheidsraad, jrg 1, 1942, 1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

111. Bij de samenstelling (der „pasklare” statistiek) kan een subjectief oordeel een rol spelen. Men bedenke vooreerst, dat de statistische eenheid waarmede men hier te maken heeft de ~mensch” is en niet een aan volstrekte causaliteit gebonden wiskundig of natuurkundig verschijnsel. Dientengevolge is de gedachtengrens tusschen subjectief en objectief kentheoretisch al heel moeilijk te trekken. Voor zoover men een ~subjectief oordeel” wenscht uit te schakelen, kan men dit doen door eenvormige richtlijnen voor het geheele bureau, die echter toch weer de noodige marge voor ~subjectiviteit” moeten laten. Zoo is het bijv. niet de statisticus, doch de bemiddelaar, die het beroepsbeeld van den ingeschrevene d. m. V. den staat van dienst, dient vast te stellen. Inschrijving dient dan te geschieden in het door den bemiddelaar vastgestelde beroep. De statisticus kan hier om het zoo uit te drukken, geen eigen meening hebben, doch moet, ook bij een nominatieve opgave, aannemen, wat de bemiddelaar neerschrijft. (Hoogstens kan de stamkaartenschrijver middels het inschrijvingsformulier, gemaakte fouten ten deele opsporen en in overleg met den bemiddelaar \ trachten te corrigeeren.) Vervolgens; bij een nominatieve opgave schakelt men de ~subjectiviteit” niet uit, doch verschuift ze enkel van den bemiddelaar naar den statisticus. De vraag is dan alleen: w'ie is gerechtigd om subjectief te zijn, hij die een bepaald bemiddelingsgeval volkomen doorgrondt, d. i. de bemiddelaar, of de statisticus, die niets zeggende namen zonder kennis van den achtergrond der feiten verzamelt.

IV. Door de splitsing van het G. A. B. in verschillende afdeelingen zal de samenstelling niet door allen op gelijke wijze geschieden. Dit is slechts een zeer

zwak argument, want het geven van straffe richtlijnen en het onverbiddelijk eischen van opvolging dier regels, schept voldoenden waarborg voor de uniformiteit. Noodig is slechts, dat de bemiddelaars de noodige statistische verantwoordelijkheid en opvoeding wordt bijgebracht. Doelmatige controle, waartoe het ontworpen intern-statistisch systeem zich uiteraard dient te leenen, is hier als het ware de sluitsteen. Een verdere ~doordenking” van dit argument zou leiden tot opheffing der statistische afdeelingen bij de afzonderlijke Gewestelijke Arbeidsbureaux en het inzenden van nominatieve registers aan een statistische centrale. Want wie garandeert, dat de statistici van de 37 afzonderlijke bureaux het nominatieve grondmateriaal op precies gelijke wijze zouden registreeren?

V. Het niet volgen van den ~register-weg” zou tenslotte bedrog van de zijde der bemiddelaars in de hand werken. In de eerste plaats: ook mèt een nominatieve opgave is zonder contracontróle bedrog mogelijk, want als een bemiddelaar op de pasklaar gemaakte opgave bijv. 2 plaatsingen per week meer kan boeken, kan hij ook in het register 2 fictieve namen inschrijven. Contracontróle met behulp van een door den stamkaartenschrijver bewerkte statistiek, van de opdrachtenboekjes, de transportlijsten en het grensgangersregister maakt bedrog. Ook bij handhaving der „pasklaar-statistiek”, vrijwel onmogelijk. Tenslotte: bedrog is op geen enkele wijze uit te sluiten. Indien een bemiddelaar wil bedriegen kan hij dat te allen tijde, zelfs bij een nominatieve opgave -h contracontróle. Stel bijv. een bemiddelaar schrijft iemand in, die krachtens zijn beroep niet op zijn afdeeling thuis hoort. Hij kan dan het

inschrijvingsformulier (staat van dienst) met een beetje handigheid op zoodanige wijze opmaken, dat zelfs de meest strenge controle het geval niet ontdekt. De praktijk wees uit, dat tengevolge van dezen ~truc” een bemiddelingsafdeeling zich de plaatsing van een ingeschrevene kan toe-eigenen, terwijl alleen de voldane aanvrage daar behoort te worden geboekt. Het betreft hier weliswaar uiteraard slechts incidenteele gevallen, doch deze mogelijkheid bewijst, dat bedrog van de zijde van den kwaadwillige steeds mogelijk is.

Principieel meenen wij door het bovenstaande in voldoende mate te hebben aangetoond, dat naast een opgave van het grondmateriaal door middel van registers het ~gedeeltelijk-pasklaarsysteem” minstens evenveel recht van bestaan heeft en geenszins wortelt in een onjuiste opvatting van het wezen der statistiek. Met nadruk zij tenslotte, om misverstand te voorkomen, gezegd, dat het bovenstaande artikel geenszins de bedoeling had om de pasklaar-methode als de alleen-zaligmakende aan te prijzen en de andere te verwerpen. Ook de register-methode heeft voordeelen, doch de andere is minstens even goed bestaanbaar.

In een volgend artikel hopen wij het systeem, zooals dit door het G. A. B. Heerlen ontworpen werd, als practische consequentie van bovenstaande argumenten, te kunnen toelichten.

Opheffing van het plaatsingsbureau voor geza.gvoerders en stuurlieden

Aangezien de openbare arbeidsbemiddeling thans georganiseerd en ingericht is op een wijze, die voldoende waarborgen biedt voor een doeltreffende arbeidsbemiddeling, is bij besluit van den wnd. Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken bepaald, dat het plaatsingsbureau van de Ver-