is toegevoegd aan je favorieten.

Arbeidsbestel; orgaan van het Rijksarbeidsbureau, den Rijksdienst voor de Werkverruiming en den Nederlandschen Werkloosheidsraad, jrg 2, 1943, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Studieruhriek

De redactie heeft voor de medewerking in 1942. aan onze studierubnek 7 premiën voor het bereikte aantal goede antwoorden en plaatsingen kunnen uitreiken. Een verslag der medewerking hopen wij te zijner- tijd in de inhoudsvan den jaargang 1942 van Arbeidsbestel op te Jiemen.

"Tvii hopen van harte, belangstelling voor o*stuß|ei;uß«* zich m 1943 door toenemende medewerking zal toonen. Hoe vormend die medewerking is kunnen reeds velen getuigen.

Vraag i

Acht gij de bij de gewestelijke arbeidsbureaux en bijkantor'en In gebruik zijnde modelformulieren en kaarten alle doelmatig?

Bestaat behoefte aan wijziging c.q. aanvulling, zoo ja, op welke onderdeelen?

Is inperking of uitbreiding van het aantal noodzakelijk? Een en ander bezien los van de huidige papierschaarschte.

De redactie kan zich niet voor. stellen, dat alle medewerkers van het Rijksarbeidsbureau volkomen tevreden zouden zijn met het formulier- .en kaartmaterieel, voor de uitoefening | van het eigenlijke bemidde- 'I lingswerk en alles wat daarmede annex is', in gebruik.

Gedurende de jarige periode, welke verstreek sedert het Rijksarbeidsbureau zijn taak ter hand nam is wei gebleken, dat men bij ver- | scheidene Gewestelijke Arbeidsbureaux behoefte gevoelde aaneigen modellen, te gebruiken naajt, of misschien wel in de plaats van, de officieele. In dit verband dient slechts herinnerd te worden aan een voorschrift van de Directie van het Rijksarbeidsbureau, waarmede beoogd werd paal en perk te stellen aan de gebleken neiging tot ~anders doen op dit gebied. g—aeld voorschrift vormt een be-

letsel’voor de veronderstelling, dat het in gebruik zijnde materieel zóó geslaagd mag heeten, dat geen op- of aanmerkingen meer te maken of te uiten zouden zijn; een beter compliment zouden de ontwerpers zich anders moeilijk kunnen wenschen. .

Zooals gewoonlijk zal ook hier de waarheid wel in het midden liggen; afgemeten aan het resultaat, met deze vraag bereikt, zou men de ontwerpers der modellen van het voorgeschreven materieel het zooeven genoemde compliment gerust kunnen maken.

Het aantal inzendingen is beneden de niet hoog' gespannen verwachtingen gebleven en zij bewegen zich niet op het niveau, hetwelk vereischt wordt om voor plaatsing in aanmerking te

kunnen komen. Hoewel de redactie der vraag niet aan duidelijkheid te wenschen laat,

zelfs zeer concrQft aangeeft, op welke punten men het licht dient te laten vallen, hebben de medewerkers het in het algemeen niet verder gebracht dan tot het mak.n van eenige min of meer losse opmerkingen, waafuit geen bepaalde conclusies te trekken zijn.

opmerkelijk is, dat er ambtenaren zijn, die zich vertrouwd toonen met de formulieren, waarmede zij in hufi dagelijkschen arbeid te maken hebben, doch die blijk geven van gemis aan inzicht omtrent doel en werkwijze] van materieel, op andere in gebruik.

’~Men mag toch redelijkerwijs verwachten, dat de ambtenaren van het Rijksarbeidsbureau zich zoodanig theo- ——l retisch en practisch bekwamen, dat zij ook op andere afdeelingen dan die eene, waarop zij werkzaam zijn, bruikbare krachten blijken. Het heeft ook de aandacht getrokken, dat het vertrouwd zijn met formulieren, welke men regelmatig zelf gebruikt kan .leiden tot critiekloos aanvaarden en blijven gebruiken, zonder bedacht te zijn op mogelijkheden tot meer efficiënt werken. Op zichzelf is dit wel verklaarbaar, omdat lang niet iedereen zijn dagelijksche taak zoodanig weet op te vatten en te vervullen, dat het element ~sleur” er buiten blijft. Dit verschijnsel werd nogeens duidelijk waargenomen bij eenige inzenders, die omtrent de formulieren, waarmede zij klaarblijkelijk zelf werken niets van beteekenis hadden op te merken, waar anderen dat wel konden, doch juist op hun beurt blijk gaven het materieel van andere afdeelingen weer goed te hebben bekeken. .

Heeft de onß*vige vraag «üj i geen bevredigend result’aat opgeleverd , ' in dien zin, dat in een afgerond geheel [ ' al het wenschelijke en mog'elijke op, j ; dit terrein tot uiting wordt gebracht, \ ! zij heeft de toch de over-j' I tuiging geschonken, dat er medewer-i j kers zijn, die over een of meer details j met kennis van zaken naar voren ! zouden kunnem brengen als bijdragej I voor het VooTlichtingsoTgaan, misschienj I ook voor het redactioneele gedeeltej

Aan aanmoedigingen of aan gastvrijheid der redactie heeft het nimmer ontbroken.

Laat men zijn gedachten dus nog eens rustig vooral rustig aan het papier toevertrouwen. Die rust kan bevorderlijk zijn aan het gehalte van taal en stijl, waarover wij nu eens willen zwijgen.'

Vraag 2

Geef een overzicht van de voor- en nadeelen van een verpHckte werkloosheidsverzekering, uit te voeren hetzij door de raden van arbeid, hetzij door de gewestelijke arbeidsbureaux. .

Zet gemotiveerd uiteen welk van de beide systemen gij zoudt aanbevelen.

Voor de .beoordeeling van de vraag, welk orgaan het meest geeigend is tot uitvoering vafl de verplichte werkloosheidsverzekering, is het niet alleen van belang te weten, met welke werk- het uitvoeringsorgaan zal worden belast, maar ook welk systeem van uitvoering daarbij zal worden gevolgd. [

Het is niet onmogelijk, dat daarbij de voorkeur wordt gegeven aan een individueel systeem, zooals bij de huidige werkloosheidsverzekering en de invaliditeits- en ouderdomsverzeke'ring, waarbij na aanmelding hoofdelijjce inschrijving plaats vindt. Echter is het ook geenszins onmogelijk, dat een collectief systeem wordt toegepast, zooals we dat aantreffen bij de uitvoering van de Ongevallenwetten, de Ziektewet, het Ziekenfondsenbesluit, voor zóóver het de premie-invordering betreft, en de Kinderbijslagwet, waarbij de arbeider .van rechtswege verzekerd is en door de werkgevers van tijd tot tijd een collectieve aangifte wordt gedaan. J

XSt coQectieve systeem is .ook uit-j gangspunt in het Voorontwerp Wet-| telijke regelen inzake de ; tegen geldelijke gevolgen van werk- j loosheid, welk ontwerp begin Januari; 1938 bij den Hoogen Raad van| Arbeid door den toenmaligen Minister! ' van Sociale Zaken, Prof. Mr. C. F. M.| Rommej.. iA„*B*in|fig : j

Om het dverzicht eenigszins te beperken, heb ik mij gebonden aan het systeem, waarvan het zooeven genoemd Voorontwerp uitgaat, wat niet wil zeggen, dat op bepaalde onderdeden voor de uitvoering van de verplichte werkloosheidsverzekering van een bestaand “individueel systeem geen dankbaar gebruik kan worden gemaakt. Ik denk hierbij aan het opmaken en uitreiken van een arbeidsboekje, als bedoeld in art. 20 van het •Voorontwerp, en de suggestie door Dr. Mr. L. P. van der Does daaromtrent gegeven. ’•)

‘) „Efficiency in de registratie van arbeidskrachten”, Soc. Verzekeringsgids, 21e jaarg., pag. 98.