is toegevoegd aan je favorieten.

Arbeidsbestel; orgaan van het Rijksarbeidsbureau, den Rijksdienst voor de Werkverruiming en den Nederlandschen Werkloosheidsraad, jrg 2, 1943, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len. Wegens de noodzakelijkheid, spoedig aan te vatten zal men niet kunnen wachten totdat een breed opgezette cursus i) als de Gentsche de noodige adviseurs zal hebben opgeleverd. Toch zal zulk een opleiding m. i. tot stand moeten komen. De beroepskeuzevoorlichting is van zoe groote beteekenis, dat dit doel met alle kracht moet worden nagestreefd. Inmiddels kan zeker op kleinere schaal reeds veel worden bereikt door gebruik te maken van aan den cursus van het Centraal Comité eenigermate voorbereide personen als zij ook overigens

*) De eerste volledige Gentsche opleiding met het bovenvermelde leerplan leverde 23 gediplomeerde academisch gevormde beroepskeuze-voorlichters op in December j.l. Thans is de tweede opleidingscyclus begonnen.

de geschiktheid tot beroepsadviseurs bezitten—, van goede krachten onder jeugdbemiddelaars (waaronder er stellig zijn, die veel practische ervaring en kennis der jeugd bezitten en het ~vak” zullen kunnen leeren), van onderwijzend personeel terwijl de medewerking* van goed geoutilleerde bestaande bureaux van veel waarde zal zijn voor de veelvuldige moeilijke gevallen. Dit kan echter niet de eindoplossing der recruteering van adviseurs zijn. Er zal in de naaste toekomst aan zeer vele deskundige adviseurs bij de arbeidsbureaux behoefte bestaan en daarom is het spoedig aanvatten der vorming dringend noodig.

Buitenlandsch oversteht

Duitschland

In het vorig overzicht is melgemaakt van de aanwijzing van arbeidskrachten voor de oorlogsindustrie in Duitschland en de verdedigingswerken in Nederland door een commissie onder leiding van de Beauftragten van de provincies en de steden Am- [ sterdam en Rotterdam met medewerking van plaatselijke L commissies. Deze commissie heeft haar taak vrijwel beëindigd. Zij wordt thans gevolgd door de uitvoering van de verordening op het sluiten van bedrijven en het verbod van .tewerkstelling arbeidskrachten van een nader aangeduiden leeftijd in bepaalde bedrijven, zooals banfen, verzekeringsmaatschappijen, handelszaken en scheepvaartbe-Aüven.

Met het sluiten van de bedrijven, dat geschiedt onder leiding van de Commissarissen van de provincies, is nog slechts een begin gemaakt. Voor het ont-

slag van de jongere personen n bepaalde bedrijven is de daMi van 15 April vastgesteld; dl plaatsing van deze personen n Duitschland en in oorlogsbedrijven in Nederland is in vollen gang. Het is de bedoeling, dat deze arbeidskrachten worden vervangen door oudere mannen, door afgekeurden uit de gesloten bedrijven en in belangrijke mate door vrouwen.

In de maand Maart 1943 werden in het Duitsche grensgebied gepJaatst 1329 personen, waarvan 464 in de textielnijverheid, 139 bouwvakarbeiders, 126 in den landbouw, 92 metaalarbeiders en 107 ongeschoolde handarbeiders. In het overige Duitschland werden in deze maand geplaatst 16265 personen, waarvan 3048 in de metaalnijverheid, 2046 in het verkeerswezen, 1810 in het voedings- en genotmiddelenbedrijf, 1431 in de bouwbedrijven, 1567 in diverse beroepen en 2023 ongeschoolde handarbeiders. Sinds 20 Juni

1940 waren in Duitschland geplaatst 404.725 personen, waarvan 90.956 in het grensgebied. In dien tijd keerden i0q.178 personen naar Nederland terug.

Frankrijk

In de afgeloopen maand heeft het vertrek naar Frankrijk vrijwel stopgestaan; er vertrokken slechts 6 personen daarheen, waarvan 5 in den landbouw en I in het verkeetswezen werden geplaatst.

Ook Frankrijk heeft thans zijn arbeidsboek!

De Fransche Staatscourant bevatte begin April een desbetreffende verordening, krachtens welke alle mannelijke Fransche arbeiders van i 8 tot 50 jaar verplicht zijn êen arbeidsboekje (Certificat de Travail) bij zich te dragen. Dit „certificaat” wordt niet, zooals in Duitschland, afgegeven door het arbeidsbureau, doch door den werkgever.

Denemarken

De Deensche Minister van Arbeid en Sociale Zaken Johannes Kjaerböl wijdt in het Reichsarbeitsblait een artikel aan de huidige Deensche sociale wetgeving en bespreekt daarbij in het bijzonder de ziekteverzekering en de invaliditeits- en ouderdomsverzekering.

De ziekteverzekering is vrijwillig. De kinderen medegerekend omvat zij ongeveer 77 % der bevolking. De gemiddelde jaarlijksche bijdrage bedroeg in 1939/40 ± 25 Kr. De werkgevers dragen in de premie bij, de staat en gemeenten verstrekken daarentegen toeslagen, pdeeltelijk in geld, gedeeltelijk in den vorm van het in rekening brengen van zeer geringe bedragen voor ziekenhuisverpleging. De verzekerden hebben in het algemeen recht op gratis ziekenhuisverpleging, terwijl voor de minderbemiddelden de duur der ziekteuitkeering onbeperkt is. De orga-