is toegevoegd aan je favorieten.

Arbeidsbestel; orgaan van het Rijksarbeidsbureau, den Rijksdienst voor de Werkverruiming en den Nederlandschen Werkloosheidsraad, jrg 2, 1943, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staat B. Gemiddeld aantal manuren per deelnemer per maand in het ade halfjaar 1942.

Crises

Maanden Cursussen Werkobjecten Centrale werkplaats Juli 67 121.8 192.3 Augustus 65.5 119 164.5 September 69.4 128.9 206.5 October 61.8 120.1 197 November 63.8 151.6 198.1 December 72.7 115.9 199.2

~Dat hel economisch leven van het moderne kapitalisme niet zonder wrijvingen, schokken en zelfs breuken verloopt, was reeds bekend, zoodra de verschijnselen zich • openbaarden, die men als crises pleegt aan te duiden”, zegt I. J. Brugmans in een beschouwing over ~De economische conjunctuur in Nederland in de 19e eeuw”.

Uit dat artikel hebben we een aantal crisisjaren genoteerd, zooals die zich om de 7 tot 11 jaren hebben voorgedaan.

Bouniatian beschouwt de groote crisis van 1793 als het beginpunt (zie: E. Wagemann, ~Konjunkturlehre”, 1928, p. 77/78).

De crisissen van 1815 en 1818 moeten beschouwd worden als de liquidatie van de Napoleontische periode.

Volgens Tugan-Baranowski begint de periodieke wisseling van hausse en baisse met de crisis van 1825; deze mag ongetwijfeld als symptoom van een economische golfbeweging worden opgevat.

In 1830 was de crisis van 1825 grootendeels geliquideerd. Toen kwamen spoorweg en stoommachine de verlevendiging brengen.

In Amerika gingen in 1836 een aantal banken ten onder, waarop in 1839 de debacle volgde.

De economische achtergrond van de revolutiebeweging van 1848 wordt gevormd door de crisis van 1847, terwijl daarna een opleving komt, die in 1857 weer kentering schonk.

Inkrimping van de productie.

crisis ter beurze, daling van winsten en loonen schonken in 1866 opnieuw crisiswee; in 1873 was de crisis voorafgegaan door een krach op de beurs te Weenen en door den val van het groote Amerikaansche huis Jay Gooke en Co.

In 1882 beteekende de val van een financieringshuis, de Union générale, het uitbreken van de crisis; evenals deze werd de crisis van 1890 slechts door enkele weinige haussejaren voorafgegaan.

Bij het nagaan dezer crises blijkt, dat een crisis in het eene jaar in een bepaald land zich afteekent en b.v. een of tweejaar later pas in andere landen. Teekende 1895 zich voor Duitschland als bijzonder bloeiend af, deze hausseperiode vond haar afsluiting met de crisis van 1900, die Duitschland het diepst trof. In de Vereenigde Staten trad de omslag eerst in 1903 in.

1905 vertoont een overgang van depressie naar hausse, die eindigt in de crisis van 1907. Spanningsverschijnselen in 1913 —1914, waarna de wereldoorlog volgt.

Daarna crisissen in i§2o en 1930 en 1936, terwijl voor al die jaren van een rustigen economischen voortgang niet gewaagd mag worden. Wat 1939 aan oorlogsrampen bracht, is sindsdien in stijgende verschrikking gebleven. Hoelang nog?

Na deze crises kort aangeduid te hebben dient nog vermeld hetgeen Brugmans over het optre-

den van ~lange golven” meedeelt. Hij zegt 0.m.: ~Het rhythme van het moderne economische leven is echter met de golfbeweging, welker verloop hierboven in enkele lijnen werd geschetst, nog niet volledig aangegeven. In den jongsten tijd heeft zich het inzicht baan gebroken, dat naast de korte golven van 7 a 11 jaar, die voor den buitenstaander gemakkelijk waarneembaar zijn, ook lange golven optreden, welker duur op pl.m. 50 jaar kan worden gesteld. Deze lange golven missen het dramatisch karakter, dat de convulsies der korte golven bezitten; het zijn tempowisselingen in de moderne economische ontwikkeling.”

V. D.

Uit de praktijk

door A. E. le assistent Bijkantoor Bolsward

Een 51-jarige steenfabrieksarbeider meldde zich werkloos en wenschte als werkzoekende te worden ingeschreven. Bij het invullen van het inschrijvingsformulier bleek, dat deze man het laatste halfjaar als los werkman had gewerkt en daarvóór de laatste 5 jaren als steenfabrieksarbeider werkzaam was in een steenfabriek buiten mijn rayon, alwaar hij was ontslagen wegens gebrek aan brandstof. Voordat hij hier werk kreeg, was hij werkzaam geweest als meesterknecht in een gelijksoortig bedrijf in een plaats in mijn rayon en na 17 dienstjaren aldaar ontslagen. Volgens zeggen van den man wegens geloofsovertuiging-

Dit motief vond ik niet steekhoudend en daarom belde ik de firma om nadere inlichtingen. Het bleek dat deze man destijds wegens inkrimping van het bedrijf was ontslagen en dat hij in de onjuiste meening verkeerde, dat het ontslag om persoonlijke redenen was gegeven.