is toegevoegd aan je favorieten.

Arbeidsbestel; orgaan van het Rijksarbeidsbureau, den Rijksdienst voor de Werkverruiming en den Nederlandschen Werkloosheidsraad, jrg 2, 1943, no 1-12, 1943 [Bijlage]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HAAGSCHE KRABBELS Bezoek

Het kleine zusie van vier jaar komt binnenstappen op het Kabinet van den Directeur, waar de schrijfmachines ratelen en de drukte juist haar hoogtepunt van den dag heeft bereikt. Midden in de kamer staat de hummel met groote bruine oogen rond te kijken.

Ze wiegelt heen en weer op haar eene voetje, legt haar handjes op den rug en neemt ons allen op met reserve en kennelijk wantrouwen. „Vreemd en raar!” zegt haar heele houding.

Zooals volwassenen meestal doen tegenover kinderen, trachten we onmiddellijk haar gunst te winnen en haar te imponeeren, door al onze schatten en merkwaardigheden te vertoonen. „Kijk eens Lise, wat prachtig is het hier! Kijk, aan dit Bureau zit Dini den heelen dag te schrijven. Mooi hé? En hier staat de telefoon, daardoor kan ik altijd zien, of je wel zoet bent thuis!”

Een kleine stilte valt in en een argwanende blik komt in de donkere oogen. Wij knikken haar ernstig beamend toe. „En kijk eens wat een prachtige kasten, je kunt ze opentrekken, zóóó, mooi hè, allemaal vol papier”. Lise zwijgt.

„Och en zie eens wat hier staat, dat is de schrijfmachine, daarop kan Dini tikken, wil iij ook eens tikken?’’’ Een miniatuur vingertje legt zich gehoorzaam op een toets, maar van het verlangde ontzag is geen spoor te bekennen.

Wij zoeken naar een nog interessanter object en onze oogen vallen op de trots van de afdeeling'. het groote wandbord met het overzicht van het geheele personeel. „Kijk Lise, wat mooi, allemaal kaartjes, wel duizend. Mt zooveel menschen werken hier met Dini in dit huis.”

Kleine Lise laat haar blikken nog eens gaan over het wandbord en de bureaux, de schrijfmachines en de kasten en zegt dan rustig: „Lise wil naar Mamma”.

Zij wandelt doelbewust naar de deur.

Cath. E. de Vries.

Landelijk voetbaltournooi 1943

georganiseerd door de personeelsvereeniging N. A. B. O. (0.& O.)—G. A. B. den Haag

bestuur van bovengenoemde personeelsvereeniging

In een circulaire, die wij uitzonden aan het Rijksarbeidsbureau en alle Arbeidsbureaux in Nederland riepen wij U op deel te nemen aan het Landelijk Voetbaltournooi, dat onze personeelsvereeniging N. A. B. O. (O. & O.) zich voorstelt te organisteren.

Uit de onmiddellijk inkomende enthousiaste blijken van instemming, waarmede onze uitnoodigingen werden beantwoord, meenen wij tot onze voldoening te mogen voorspellen, dat dit tournooi een groot succes zal worden, mits de zoo spontaan toegezegde medewerking ons tot het eind toe wordt verleend.

Bij het verschijnen van dit nummer van het Voorlichtingsorgaan hopen wij met de voorbereidende organisatie gereed te zijn gekomen, zoodat de eerste wedstrijden weldra zullen kunnen worden gespeeld.

Wij zullen stellig nog voor vele organisatorische moeilijkheden komen te staan, die overwonnen moeten worden, doch wij twijfelen niet of ook hiervoor zal tenslotte een oplossing worden gevonden.

Behalve goede sportprestaties verwachten wij, dat het tournooi onze bureaux nader tot elkaar zal brengen tot verhooging van de onderlinge waardeering en collegialiteit.

WIJ REKENEN OP U ALLEN!

AAN ONZE MEDEWERKERS!

Aangezien het Voorlichtingsorgaan het karakter draagt van een personeelsorgaan hebben wij tot dusver aan onze medewerkers, die bijdragen leverden, geen honorarium toegekend. Wij beschouwden de verleende medewerking als uiting van een besef van verbondenheid met de sociale arbeidsgemeenschap, waarin men zijn werk verricht. Dit standpunt willen wij gaarne ook in de toekomst handhaven.

Intusschen stelt de redactie, naast bijdragen voor de rubrieken ~Van Gewest tot Gewest” en ~Personalia”, die echt van huishoudelijken aard zijn, natuurlijk ook meer algemeene beschouwingen over hetgeen zich bij de dagelijksche taakvervulling voordoet, op prijs. Vooral het relaas van uit het leven gegrepen practijk-ervaringen, maar ook de bespreking van zich voordoende problemen, is te allen tijde bijzonder welkom. Het komt ons voor, dat degenen, die zich de moeite getroosten bijdragen van dezen aard te leveren, recht kunnen doen gelden op een blijk van stoffelijke erkentelijkheid. Vandaar, dat in de toekomst hiervoor honorarium zal worden toegekend. Wij vertrouwen, dat deze aanmoediging om de pen ter hand te nemen, een ruime mate van waardeering zal vinden.