is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huisvesting, ook verlichting. Thans heeft de Vereeniging haar licht zelf betaald.

7. Deze post is betrekkelijk hoog, omdat hierin de onkosten der verhuizing naar het nieuwe gebouw zijn inbegrepen.

10. Wat de onkosten van het tijdschrift betreft, deze ziin aanmerkelijk hooger doordat het Tijdschrift dit jaar maandelijks uitkwam tegen slechts zeven maal in het jaar 1915, terwijl bovendien de sterk gestegen papierkosten en de verhooging van het arbeidsloon een stijging der totaalkosten met zich moesten brengen.

1 bedrag der uitgaven betreft, dit is aanmerkelijk hooger dan de raming. Vergelijkt men echter het eindcijfer van dit jaar met het bedrag dat in 1915 bereikt zou zijn, wanneer de onkosten van het bureau niet over 9 maanden, maar OTCr een vol jaar hadden geloopen, en de omvang van het tijdschrift even groot was geweest als in 1916, dan komt men tot een verhooging van een / 1200, een verhooging die in verband met den meerderen om vang der werkzaamheden plus de groote prijsstijging van alle artikelen niet hoog genoemd kan worden.

Hongaarsche Wet op de Arbeidsbemiddeling.

Bij besluit van 17 Februari 1917 is door de Hongaarsche regeering een verordening vastgesteld betreffende organisatie en bestuur der plaatselijke arbeidsbeurzen voor industrie bergbouw en handel en eventueel huiselijke diensten aan welke verordening wij het volgende ontleenen :

Het doel der arbeidsbeurzen bestaat in het bevredigen van het arbeidsaanbod van de zijde van den werkgever en der arbeidsaanvraag van de zijde van den arbeider. Met steun en onder dwang van den staat worden de arbeidsbeurzen ongericht, llaatselijke arbeidsbeurzen (met districts-bevoegdheid) moeten voorloopig in 17 plaatsen bestaan. In andere steden of gemeenten kunnen evenzeer plaatselijke arbeidsbeurzen worden opgericht, maar binnen de grenzen der tegenwoordige verordening. Het gebied van zulke nieuwe beurzen zaltelkens opnieuw worden bepaald den Minister van Handel in overeenstemming met den Minister van Binnenlandsche Zaken. De verordening voor iedere beurs stelt de Handelsminister vast. Het bij de plaatselijke arbeidsbeurzen te werk te stellen personeel wordt door de autoriteiten tijdelijk aangesteld en na 1 jaar dienst üehnitiet benoemd onder goedkeuring slechts der Centrale üeurs, de leider der beurs niet eer dan na de Arbeidsbeurscommissie gehoord te hebben. De salarieering voor alle personeel IS onderworpen aan de goedkeuring van den Minister, verschillende andere personeelzaken aan die der Centrale beurs. Een