is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een commissie, daartoe door het gemeentebestuur aangesteld, bestaande uit een lid van het Dagelijksch Bestuur en verder fabrieksopzichters. Hoewel de fabriek reeds sedert Augustus weer in bedrijf is, werkten eind November nog ongeveer 30 arbeiders ter afwerking der gestoken turven. De aflevering van de turf is in vollen gang, zoodat de financieele uitkomsten nog niet berekend zijn. Gemeente en fabrikant komen ook voor dit bedrijf op voor een mogelijk tekort.

De arbeiders der fabriek, wonende onder de gemeente Wierden, werden door deze gemeente onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij werkzaam gesteld. Het werk bestaat in hoofdzaak in verbetering van wegen en waterleidingen. Ook hier wordt per dag / 1.20 betaald en door deti fabrikant het loon aan gevuld.

Door eenige personen werden voorts onder Wierden een paar perceelen veengrond in exploitatie gebrhcht, waarop werklooze arbeiders werk vonden met turf graven en droog maken. Behalve de vaste uitkeering der fabrieken werd hier een gemiddeld loon van / 2. per dag verdiend, berekend naar den prijs van / !• per 1000 gestoken turven. Vrouwelijke werkloozen en hulp we vers hielpen bij het wegdragen en drogen. Deze werkloozen ontvingen eveneens een vaste uitkeering der fabriek en verdienden voorts een uurloon variëerende van 4—12 cent.

Door de gemeente Almelo is ± 70 H.A. heide aangekocht met hetzelfde doel. Werklooze arbeiders uit alle bedrijven binnen deze gemeente zullen daar werk bekomen. De Heidemaatschappij werd ook hier met de leiding belast.

Door de gemeente Neede zijn dezen zomer werkloozen van de fabrieken aldaar bezig gehouden met ontginning en verbetering van gemeentegronden. Hier werken 150 arbeiders in groepen van ± 50 man onder leiding van voorwerkers der Heidemaatschappij. De gemeente zorgt voor uitbetaling van het loon, waarvan een gedeelte door de fabrikanten en het Steuncomité wordt bijgedragen. Een aantal arbeiders krijgt na verloop van 4—6 maanden genoeg oordeel en routine om vrijwel met geschoolde krachten op één lijn te kunnen worden gesteld. r\ j-4 A A J T – i 1

öedert het begin van Augustus kregen een aantal arbeiders der textielfabrieken in den Achterhoek door gebrek aan brandstoffen gedaan. De werkloozen zijn aan den arbeid gezet door het rooien van dennenstompen, die tot brandhout voor de fabrieken worden bestemd. De fabrikanten zorgen zelf voor die werkverschaffing en betalen den arbeiders een loon, dat overeenkomt met hetgeen zij gemiddeld in de fabriek besomden. Tot heden werd met een aantal menschen, dat varieerde van 20 —5O, ongeveer 6H. A. van stompen gezuiverd. De grond wordt daarna weer voor bosch, of, indien de kwaliteit daarvoor geschikt is, voor bouw- en grasland bestemd.

Voorts zijn een aantal arbeiders op ontginningen van particulieren aan het werk. Deze menschen, meest gehuwd, werkten