is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 2 der wet. Verschillende artikelen van de wet van 1851 blijven buiten werking. Hierdoor wordt verkregen dat verschillende termijnen noodig voor bet booren van belanghebbenden, bet ter inzage liggen van de kaarten, enz. worden verminderd of geheel uitgescbakeld. Zoo is b.v. bet maken van uitvoerige teekeningen en plannen niet noodig, benevens bet onderzoek door een commissie. Wat echter wel noodig is, dat is de wet die verklaart dat de onteigening ten algemeenen nutte geschiedt. Hiervan meende de minister kon niet worden af gestapt.

Zoodra nu deze wet van kracht is en enkele formaliteiten zijn vervuld, dan geschiedt aanwijzing der te onteigenen perceelen. Aangezien nu echter door de rechtbank nog niet is vastgesteld hoe groot de schadeloosstelling voor de belanghebbenden zal zijn (op welke schadeloosstelling deze belanghebbenden volgens art. 151 van de Grondwet recht hebben) moet vooraf door de onteigenende partij, hier het gemeentebestuur, een door de rechtbank bepaalde som in gerechtelijke bewh.ring worden gesteld. Daarna kan het gemeentebestuur zich in het bezit stellen der perceelen en heeft vervolgens de definitieve vaststelling der schadeloossstelling op de gebruikelijke wijze plaats.

Dat ook de beide Kamers der Staten Generaal het belang dier wet inzagen, moge blijken uit het feit, dat de He Kamer haar zonder stemming aanpam. Er was slechts een korte discussie, die hoofdzakelijk hierop neerkwam, of publicatie der te onteigenen perceelen in de Staatscourant zou geschieden of in de dagbladen . In de Ie Kamer werd de wet zonder discussie en zonder stemming aangenomen en was den 27sten Maart 1915 van kracht.

Nu is het eigenaardig, we bemerkten dit bij de bezoeken aan verschillende gemeentebesturen, dat men zoo weinig deze wet kent, ja, zelfs van haar bestaan niet weet. Het is juist daarom, dat het mij wenschelijk voorkwam er in dit tijdschrift de aandacht op te vestigen. Hopenlijk zullen dan meerdere plaatsen het goede voorbeeld der gemeente Bloemendaal, die door middel van deze wet de beschikking zal krijgen over terreinen noodig voor den aanleg van een breeden weg door de duinen naar zee, volgen. Zoo zal ook Rotterdam toepassing der wet vragen ter verkrijging van gronden voor het bouwen van woningen.

Hoewel nu de wet van 27 Maart 1915 aan de bezwaren, aan eene langdurige procedure verbonden, tegemoet komt, verdient het toch aanbeveling dat men niet met het ontwerpen der plannen wacht tot de werkloosheid een feit is, maar dat vooraf en tijdig de noodige plannen worden gereed gemaakt, loonregelingen etc. getroffen, zoodat men, komt de nood aan den man, de onteigening snel kan laten verloopen, opdat het werk spoedig op gang kan zijn.

Meyek de Vries.

s