is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heer Blink vreest voor geldovervlood hier te lande bij het einde van den oorlog en geeft in verband hiermede in overweging, het uitzetten van Nederlandsch kapitaal in den vreemde zooveel mogelijk te bevorderen. De geldruimte ten onzent zou dan verminderen en de elders op te richten ondernemingen zouden onder goede leiding pioniers kunnen worden van het Nederlandsche bedrijfsleven.

In dien na den oorlog mocht blijken, dat de vrees voor inflatie inderdaad gegrond is, dan zal zulk een kapitaal-export een heilzaam geneesmiddel hiervoor kunnen zijn, als de toestanden in het buitenland van dien aard zijn, dat Nederlandsch kapitaal er zonder al te groot risico kan worden uitgezet. De praemisse is echter op zijn minst volkomen onzeker. Tegenover de meening van diegenen, die hier te lande grooten geldovervloed verwachten door het vrij komen der thans opgepotte middelen, staat die van anderen, welke een spanning op onze geldmarkt voorzien door omvangrijk aankoopen van landsche levensmiddelen en grondstoffen.

Wel hebben reeds vroeger aankoopen in het buitenland plaats gevonden ter verzekering van leveringen na den krijg. Te oordeelen naar de beweging der wisselkoersen kunnen deze aankoopen echter in geen geval zoo omvangrijk zijn geweest dat hierdoor de behoeften voor een aanzienlijk deel zouden zijn gedekt.

Ten aan zien van de mogelijkheid van import na den oorlog staat ons land er beter voor dan vele andere staten, aangezien onze handelsvloot veel minder heeft geleden. Hierbij wordt dan eehter van de veronderstelling uitgegaan, dat de thans aan het buitenland afgestane scheepsruimte ons aan het eind van den krijg zal worden teruggegeven, en dat dan geen verdere bemoeilijking der neutrale scheepvaart zal plaats vinden. In scherpe tegenstelling met het bovenvermelde voorstel tot het stimuleeren van den kapitaal-export is dan ook van andere zijde, o. a. door Mr. Nieboer, erop aangedrongen, maatregelen te nemen tot verhindering van kapitaal-export naar het buitenland na het einde van den krijg, ten einde te voorkomen, dat handel en nijverheid hier te lande gebrek krijgen aan het noodige bedrijfskapitaal.

Het lijkt inderdaad zeer waarschijnlijk, dat na het herstel van den vrede hooger geldkoersen hier te lande zullen intreden en dat tegelijkertijd de wisselkoersen voor ons land minder gunstig zullen worden. Uit de Memorie van Antwoord van Z. Exc. den Minister van Financiën aan de Eerste Kamer omtrent zijn begroeting voor 1917 blijkt, dat ook reeds bij Minister Treub het denkbeeld heeft postgevat, dat ingrijpen van hooger hand wenschelijk zou kunnen zijn, om in het belang van de binnenlandsche arbeidsgelegenheid uitvoer van kapitaal naar het buitenland zooveel mogelijk te voorkomen.

Immers wordt in deze Memorie verklaard, dat de minister