is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

personen, waaronder 163865 mannen en 108421 vrouwen, wendden zich tot de arbeidsbeurzen met verzoek om werk, daartegenover stond een totaal van 286293 vacante plaatsen, waarvan 181902 konden worden bezet. Vergeleken bij het vorige jaar valt er een aanmerkelijke toename te bespeuren in het aantal bezette plaatsen, hetwelk op 309286 aanvragen toen 164171 bedroeg ; verder blijkt dat het jaar 1916 met minder werkloosheid had te kampen dan het vorige, getuige het geringere aantal werkzoekenden. Een kleiner aantal open plaatsen wijst 1915 tegenover 1916 aan n.l. 219394 tegenover 286293.

In het algemeen kan men zeggen, dat het overzicht over 1916 een beeld geeft van de normale fluctuaties in de werkzaamheid der arbeidsbeurzen. Buiten de plaatsen, waar arbeidsbeurzen gevestigd zijn, werden 21914 vacante plaatsen vervuld, waaronder 17221 door mannen en 4693 door vrouwen. Toch zijn deze cijfers geen duidelijke weerspiegeling van hetgeen door de beurzen op dit gebied wordt gedaan, omdat de beurzen in de districten de gewoonte hebben alle bezette plaatsen in het district te tellen als behoorende tot die van de plaats van vestiging.

Een vergelijking van de werkzaamheid der verschillende arbeidsbeurzen onderling geeft voor Stockholm, Göteborg en Malmö de hoogste cijfers, n.l. respect. 57187, 31743 en 23441 werkzoekenden, 56280, 35037 en 16805 vacante plaatsen en 39619, 28098 en 12557 bezette plaatsen.

In afwijking van den toestand in het overige Zweden bleek de arbeidsmarkt te Ystad het geheele jaar door onder een groote depressie te lijden, een gevolg van de bezwaren door de scheepvaart, in verband met den oorlog, ondervonden.

Groepeert men de cijfers der arbeidsbeurzen naar de verschillende bedrijfsgroepen, dan blijkt, dat, in vergelijking met vorige jaren, het aantal bezette plaatsen voor den mijnbouw, voor handel en verkeer en voor huiselijke diensten afnam, daarentegen steeg voor industrie en handwerk, en voor landen boschbouw. Het aantal werkzoekenden in verhouding tot het aantal vacante plaatsen was het grootste voor kiantoorbedienden, typografen en textielarbeiders (259—266 werkzoekenden per 100 plaatsen), het geringst in de ijzerindustrie, de papierwarenindustrie en den landbouw.

De arbeidsbemiddeling voor den landbouw nam in sterke mate toe ; was het aantal werkzoekenden op dit gebied in 1915 16.6% van het totaal aantal, in 1916 werd dit 19.7%, n.l. 53721 van de 272286. Het aantal vacante en bezette plaatsen bedroeg voor beide jaren respect. 24.3% tegenover 28.4% en 22.5% tegenover 25% van het totaal der plaatsen. Eigenaardig op het eerste gezicht is het, dat deze toename vrijwel uitsluitend de mannelijke werkkrachten betreft, intusschen bij nader onderzoek blijkt de oorzaak hiervan spoedig gevonden in het onder