is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitstek aan vakaangelegenheden gewijde vergaderingen te leiden. Van zelf zal, mocht een zaak in de vakcommissies niet tot beslissing kunnen komen als gevolg van de uit de pariteit voortvloeiende staking van stemmen, de algemeene eommissie van toezicht in dezen hebben te beslissen. Een bepaalde verhouding tusschen de algemeene commissie van toezicht en de vakcommissies is niet in de verordening neergelegd. Alleen heeft men in art. 13a doen uitkomen, dat de vakcommissies onder de commissie van toezicht het toezicht op de vakafdeelingen uitoefenen, terwijl ook in den regel deze commissie het contact met Burgemeester en Wethouders |

Uitwerking van de op dezen grondslag berustende verhouding zal beter kunnen geschieden in het voor de vakcommissies te ontwerpen en eventueel door de commissie van toezicht te wijzigen reglement van orde. Daarin zal ook b.v. kunnen worden geregeld in hoeverre en wanneer de leden der vakcommissies toegang hebben tot de vergaderingen der commissie van toezicht.

De voren omschreven wijzigingen, geheel gebaseerd op de gevoelde wenschelijkheid en noodzakelijkheid, de Arbeidsbeurs te doen wortelen in de praktijk van bet bedrijfsleven, bracht nog twee andere wijzigingen mede, die aangelegenheden betreffen, waarover vroeger ernstig verschil van meening heerschte, maar waaromtrent in de praktijk althans bij een zich aan het vak aanpassende bemiddeling e’genlijk geen verschil van gevoelen bestaat. Wij bedoelen de weigering der bemiddeling tegen ongunstiger arbeidsvoorwaarden dan als algemeen geldend erkend kunnen worden en de schorsing der bemiddeling bij staMng en uitsluiting. ]

Tegen de bepaling, dat niet bemiddeld wordt tegen ongunstiger arbeidsvoorwaarden dan de als algemeen geldend erkende, bestaat in het algemeen minder bezwaar, dan tegen die m zake de staking der bemiddeling bij werkstaking of uitsluiting. Speciaal de bonafide werkgevers achten zich door eerstbedoelde bepaling beschermd tegen concurrenten, die alleen hun concurrentie kunnen volhouden door hun personeel beneden den algemeenen loonstandaard te betalen. Eigenlijk geschiedde in de praktijk toch al nooit bemiddeling beneden het standaardloon. Doet een werkgever al eene aanvrage, daarbij een loon vermeldende, dat beneden het normale is, dan wordt hem door de Arbeidsbeurs onder het oog gebracht, dat het moeilijk zal zijn, hem tegen de genoemde voorwaarden alleszins valide krachten te leveren. Handhaaft de werkgever zijn aanvraag toch, dan blijkt bijna steeds, dat de Arbeidsbeurs goed heeft gezien ; geen bekwaam werknemer gaat op de gestelde voorwaarde in. Waar het in de praktijk aldus toegaat en van zelf moet toegaan, kon er geen bezwaar bestaan die praktijk in de verordening door een positieve bepaling vast te leggen. Aan het ontbreken van zoodanige bepaling ontleenden bij de bemidde-