is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 2, 1919, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

Met Taste medewerking van J. E. van Eiet, Meter de Vries en H. J. C. Hergeteld.

Arbeltfsbemitfdeling.

Verslag arbeidsbeurs Amersfoort 1917. Aan dit goed verzorgde en zeer gedetailleerde verslag ontleenen wij, dat inkwamen 2381 aanbiedingen van mannelijke werkzoekenden (1548 in 1916), 122 aanbiedingen van vrouwelijke werkzoekenden (188 in 1916), 1613 aanvragen om mannelijke werkkrachten (1508 in 1916), 160 aanvragen om vrouwelijke werkkrachten (254 in 1916), terwijl tot stand kwamen 987 plaatsingen van mannelijke werkkrachten (762 in 1916) en 66 plaatsingen van vrouwelijke werkkrachten (111 in 1916). Bij het cijfer der aanvragen van werkgevers moet in aanmerking worden genomen, dat daaronder begrepen zijn 456 aanvragen, welke gedaan werden met de bedoeling een geïnterneerde te werk te stellen, terwijl voorts in het plaatsingcijfer 232 plaatsingen voorkomen ten behoeve der werkverschaffing van het Steuncomité. Daaruit valt de conclusie te trekken, dat de bemiddeling voor mannelijke werkkrachten er nog niet belangrijk op vooruit is gegaan, De Directeur, die het verslag uitbrengt, klaagt dan ook over de noodige medewerking van de zijde der werkgevers en werknemers, wier houding in het algemeen een negatieve was. Yrij belangrijk is evenwel achteruitgegaan de bemiddeling voor de vrouwelijke werkkrachten, waarvan wij de reden in het verslag niet verklaard vinden. Wij v'ermoeden, dat zulks voor een groot deel zijn oorzaak vindt in de gewijzigde openingstijd, hetgeen tengevolge heeft gehad, dat de beurs gedurende de wintermaanden des avonds niet geopend was en derhalve vele werknemers en werkneemsters de gelegenheid werd ontnomen zich te doen inschrijven. Het verslag gewaagt van een uitbreiding der bemiddeling ten behoeve der gemeente-diensten, dank zij een desbetreffende aanschrijving van B. en W. aan de hoofden der takken van Dienst. De werkzaamheid van de Arbeidsbeurs als Districts-Arbeidsbeurs bepaalde zich in hoofdzaak tot de tewerkstelling van geïnterneerden, die vrij omvangrijk was.

Het verslag vermeldt voorts nog, dat de toepassing van art. 3 der Verordening op de Arbeidsbeurs tot geen opmerkingen heeft aanleiding gegeven. Ons geeft het echter wel tot eenige opmerking aanleiding. Het betrokken artikel schrijft n.l.voor, dat „in het wachtlokaal der arbeidsbeurs een duidelijk leesbare opgave moet worden opgehangen van de ter kennis van den Dii’ecteur gekomen werkstakingen en uitsluitingen binnen de