is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 2, 1919, no 9, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grens der voortbrenging die concurrentie kunnen weerstaan? De ervaring zal het moeten uitwijzen.

Wy vermoeden, dat als geneesmiddel hiertegen, de strooming, om te komen tot anti-demping maatregelen, aan kracht zal winnen. Men verlieze echter niet de groote schadnwzyde, die dergehjke maatregelen moet vergezellen, uit het oog. Toeneming van de buitenlandsche concurrentie zal daling van vele prijzen tot gevolg hebben en dus den consumenten tot voordeel strekken. De bordjes zullen dan verhangen zijn, vergeleken bij de oorlogsjaren. Door de stijgende prijzen werden toen de meeste consumenten, die hun inkomen niet direct aan het prijsniveau konden aanpassen, daarvan de dupe en zagen de fabrikanten en kooplieden, die in het bezit van voorraden waren, de verdeeling van het volks-inkomen te hunne gunste gewijzigd. Daling van het prijsniveau zal thans in vele gevallen aan consumenten ten goede komen. Zonder te niet gaan van een aantal ondernemingen, zal zich dit proces niet voltrekken. Arbeiders, nu niet als consumenten, maar als deelnemers aan de productie, zullen hiervan ook de nadeelige gevolgen ondervinden. Welke weg gevolgd zal moeten worden, hetzij toelating van de buitenlandsche concurrentie, hetzij het nemen van anti-dumping maatregelen, zal zeker ernstig worden overwogen. Wij behoeven niet in dit artikel over de vraag, welke weg gevolgd zal moeten worden, te beslissen, maar het, zal den lezer, hopen we, voldoende duidelijk zijn geworden, dat de naaste toekomst nog zeer veel onzekerheid biedt.

Is het niet mogelijk zoo zal er licht reeds iemand voor zichzelf gevraagd hebben, om door den een of anderen .maatregel de circulatie van de voorraden voor den uitvoer bestemd, te bevorderen, m. a. w, het mogelijk te maken, dat het buitenland bedoelde góederen toch van ons kan betrekken tegen loonenden prijs?

Dit antwoord moet luiden: zeker, door het verleenen, door bemiddeling van de banken, van credieten. De vraag is echter of onze bankinstellingen daartoe nog wel in staat zijn. Men moet in dit verband niet uit het oog verliezen, dat gedurende de oorlogsjaren, door ons groote credieten aan/het buitenland zijn verstrekt, credieten die hier nog worden gehouden en waarvan men niet alleen geen zekerheid heeft, dat ze niet op tijd zullen worden afgelost, maar ten opzichte waarvan gevreesd moet worden, dat niet alle zullen worden voldaan. Zullen de banken nu door meerdere buitenlandsche credieten het reeds bestaande risico nog mogen verhoogen? Men lette hierbij ook nog op hetgeen boven is meegedeeld omtrent de te verwachten groote crediet-behoefte in ons eigen land, zoodat, mochten de banken ook al aan het buitenland crediet willen verleenen, dit toch nooit voor beteekenende bedragen door ons zou kunnen geschieden. Niet door ons, maar door anderen, m. n. de Vereen.