is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 3, 1920, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog niet per sé visscher geweest te zijn om met de leiding van een dergelijke afdeeling belast te kunnen worden. Bovendien schijnt het meer de bedoeling geweest te zijn een filiaal der arbeidsbeurs te stichten, als wel een vakafdeeling voor het visschersbedrijf en wanneer zulks het geval is, is er voor een agitatie, welk nu op touw is gezet, niet veel grond. Naar onze meening zal men dan ook verstandig doen, de ontwikkeling van het filiaal eerst eens af te wachten en het intusschen niet te laten ontbreken aan pogingen tot medewerking. Vakkundige bemiddeling is een heel goed ding, mits men het met op een kunstmatige manier op den spits drijft.

De Sociale taak der Arheidsheurzen. Over dit onderwerp heeft de heer A. J. A. C. van Delft, de nieuw-benoemde Directeur der Districts-Arbeidsbeurs te Tilburg op 15 December 1919 een voordracht gehouden voor de E. E. Werklieden-Vereeniging „St. Dionysius”. Van deze voordracht, welke in brochurevorm is verschenen werd ons een exemplaar ter kennisneming toegezonden. Van deze brochure, welke van de beteekenis van het vraagstuk der arbeidsbemiddeling een juist denkbeeld geeft, namen wij met belangstelling kennis. Het is niet mogelijk en eigenlijk ook niet noodig in deze kroniek de inbond daarvan in het algemeen weer te geven, maar wij hopen toch, dat deze brochure in het district Tilburg op ruime schaal zal worden verspreid, omdat zij er in belangrijke mate toe kan bijdragen betere begrippen omtrent doel en wezen der arbeidsbemiddeling bij te brengen. De brochure, die op prettige en onderhoudende wijze is geschreven, kan daartoe een uitnemend hulpmiddel zijn. J, E. V. E.

Beroqiskeuze.

In de „Volkschool” van 21 Jan. ’2O treffen wij een artikel aan van den heer J. E. van Det over „School en Beroepskeuze , waarvan een vervolg in het nummer van 28 Jan. 20 verschijnt. Schrijver behandelt hierin uitvoerig de kwestie van de voorlichting bij beroepskeuze en begint te verklaren, dat deze zaak nog iets nieuws is, hiermede bedoelende, dat het iets nieuws is, dat er ten behoeve dezer voorlichting speciale diensten geschapen worden, die op systematische wijze werken en reeds gedeeltelijk op wetenschappelijke basis gevestigd kunnen worden. Een dergelijke dienst is, voor ons land althans, volstrekt nieuw. Wel telt men reeds een groot aantal gemeenten, waar Bureaux voor Beroepskeuze of Commissies van advies gevestigd zijn, wel hebben die reeds heel wat goeds gedaan, maar nog geen enkele gemeente heeft de middelen beschikbaar gesteld, die voor werkelijk systematische arbeid noodig i_s.

Schryvei' verklaart dan de oorzaken, waardoor juist in onzen tijd, meer dan in eenigen anderen, behoefte aan zulk een instelling is.