is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 3, 1920, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doel van dit artikel is dan ook niet slechts te wijzen op bet gerijpte inzicht, dat een scheiding gemaakt beeft ook ten aanzien van de vormen der steunverleening tusscben werkloozen slachtoffers der maatschappelijke omstandigheden en armlastigen wier toestand als regel aan individueele eigenschappen is toe te schrijven —, doch tevens de aandacht te vestigen op de wenscbelykbeid van samenwerking tusscben de organen, die met beiderlei zorg zijn belast.

Wellicht zijn er reeds gemeenten, die ten deze iets hebben tot stand gebracht, doch wat de grootere betreft, gelooven wij bet niet zoo keel ver mis te hebben, als wij zeggen dat contact tot dusverre ontbrak. Beschouwen wij de zaak uit bet oogpunt der werkloosheidsverzekering, dan ligt voor ons een voorname reden voor de gewenscbte samenwerking in de inrichting van een doelmatige contróle. Er moet dunkt ons zekerheid bestaan dat niet dubbel gesteund wordt en voorts, indien de wenscbelijkbeid ter plaatse blijkt door informatie-inlicbtingen te verkrijgen nopens de werkloosheid en de verdiensten van de betrokkenen, moet zorg gedragen worden dat niet beide instellingen dezelfde inlichtingen vragen. Ook bij werkverscbaißng als onderdeel van werkloozenzorg kan een schifting onder degenen, die voor plaatsing in aanmerking komen, zeer heilzaam werken, want bet mag betwijfeld worden of de regelmatige trekkers van armenzorg geschikte krachten zijn voor dusdanige werkverscbalfing.

Voorts ackten wij de samenwerking van groot belang, opdat in de kringen, die ziek met Armenzorg bezigkouden, duidelijke begrippen omtrent de werkloozeuzorg ontstaan, juiste denkbeelden worden verkregen omtrent de reckten en verplicktingen, welke gelden voor ken, die bij voorkomende gelegenheid van werkloozenzorg zullen moeten profiteeren en opdat ten slotte armenzorg als zijn naaste taak zal gaan besekouwen eiken bona fiden ai'beider, die bij baar aanklopt, door doelmatige hulp, in staat te stellen ziek desgeweusebt weer te scharen in de rijen van ben, die eventueel recht hebben op werkloozeuzorg. Menseb en maatschappij zullen daarbij zijn gebaat.

Hoe, ten slotte de samenwerking zou moeten tot stand komen en functioneeren is, naar onze meening plaatselijk ket best uit te maken.

In vele plaatsen zal men wat Armenzorg betreft, bet aan die zijde in aanmerking komend orgaan om aan de samenwerking deel te nemen reeds onmiddellijk kunnen aanwijzen, n.l. de Armenraad. In den Armenraad die door de Koningin, voor een of meer gemeenten wordt ingesteld, kunnen nagenoeg alle instellingen, die ziek bezig konden met Armenzorg vertegenwoordigd zijn; ofschoon deze vertegenwoordiging, met uitzondering van ket Burgerlijk Armbestuur of de Gemeente, niet verplicktend is, zal men tock meestal de belangrijke instellingen