is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 3, 1920, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE V.

Jaarverslag der Nederlandsche Arbeidsbeurs te Oberhausen over het jaar 1919.

§ 1. Algemeen overzicht.

Werkgelegenheid, aanbod van werkkrachten. Het spreekt van zelf, dat de Nederlandsche Arbeidsbeurs te Oberhausen in het jaar 1919 zeer sterk den invloed ondervond van de algeheele ontwrichting van het economische leven in Duitschland. Toen in November 1918 de officieele bemiddeling van Nederland naar Duitschland werd stopgezet, was moeilijk te voorzien, dat dit zoo langen tijd zou duren. Sinds dien tijd zyn de omstandigheden in Duitschland 'voortdurend slechter geworden, zoodat er in den loop van 1919 geen enkele keer ernstig aan gedacht kon worden, deze bemiddeling wederom krachtig ter hand te nemen.

Aan den eenen kant was het de steeds grooter wordende werkloosheid en aan de andere zijde was het de steeds dalende markenkoers, die de bemiddeling ten zeerste belemmerden.

Steeds grooter werd het aantal fabrieken, dat door gebrek aan grondstoffen of kolen of oifi andere redenen stopgezet werd. Bovendien voegden zich bij de werkkrachten, die daardoor vrijkwamen, de talrijke gedemobiliseerden, de uit krijgsgevangenschap terugkeerenden, en die Duitschers, welke gedwongen of vrijwillig uit de bezette gebieden uitweken. Hierdoor ontstond een zeer groote werkeloosheid in Duitschland.

Aangezien echter deze werkloosheid in het Industriegebied nog niet zoo groot was, kon aan de enkele aanvragen om werkkrachten worden voldaan. De oorzaak echter, dat de werkzaamheden der beurs nagenoeg geheel stil kwam te liggen, was de lage stand der markenkoers, tengevolge waarvan zich geen enkele arbeider meer meldde.

Deze invloed was meer fataal in zijn gevolgen, dan de heerschende werkloosheid. De koers van de Reichsmark werd gedurende 1919 steeds lager. Reeds in den zomer was de toestand zoodanig, dat arbeiders, die hier werkten, maar van welke vrouw en kinderen in Nederland woonden, zeer moeilijk in het onderhoud van deze laatsten konden voorzien. Door het nijpende woninggebrek in deze streken was het voor deze arbeiders niet mogelijk, met hunne gezinnen naar hier te verhuizen. Lieten ze echter hun gezin in Holland achter, dan konden ze niet voldoende verdienen, om vrouw en kinderen daarvan te onder-