is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 3, 1920, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatsen nog ’t eerst tot hun recht komen ; in de grootere vooral zal zeker het optreden van de arbeidsbeurs de voorkeur hebben, ook nog hierom, dat het groot aantal van elders ingekomenen onder de werkzoekenden, het element van persoonlijke bekendheid uitschakelt, dat in de kleinere dikwijls van zooveel belang kan zijn.

Maar er is eene andere overheerschende overweging, waarom m.i. deze taak door de arbeidsbeurzen moet worden ter hand genomen. Bij de wijze waarop het geheele arbeidsleven zich meer en meer organiseert, moet ook de bemoeiing ten behoeve van de mindergeschikten in die organisatie een plaats vinden. Dat is niet de eisch van theoretische beschouwing, van ~prinzipienr citer ei” misschien, maar berust hierop, dat dit werk reeds den invloed ondervindt van de wijze waarop die organisatie zich ontwikkelt en dien in toenemende mate zal ondervinden ; het is niet mogelijk dat op een zoo belangrijk vraagstuk die invloed zich niet zou doen gelden en dan dient gezorgd, dat dit niet slechts in ongunstigen maar ook in gunstigen zin het geval zij, niet alleen belemmerend, maar ook bevorderend. Bij de reeds gemelde pogingen, die ik in 1914 aanwendde bij de gemeentehjke arbeidsbeurs te ’s-Gravenhage, stuitte ik op het bezwaar dat de vakorganisaties zich zouden verzetten tegen het te werk stellen van invaliden beneden het normale loon wegens het gevaar, dat dit de loonen drukken zou. Erkend werd daarbij, dat deze vrees gedeeltelijk althans zeker gerechtvaardigd zou zijn, daar het zich het aanzien dat werkgevers zouden trachten van den toestand misbruik te maken door loonen te betalen lager dan wat beantwoorden zou aan het door den invalide verrichte werk. Dit bezwaar blijkt zich ook elders te hebben doen gelden. De schrijver, dien ik al een paar malen aanhaaldde (Dr. Lupus, in ~Die Arbeitsmarkf’ XII. S. 36) merkt ook op, dat tot voor betrekkelijk korten tijd tal van gedeeltelijk ongeschikten er vrij aardig in slaagden werk te vinden, maar dat dit in den laatsten tijd moeielijker wordt. De volgende oorzaken geeft hij daarvoor op :

1. Het steeds meer ingang vinden van collectieve arbeidscontracten, waarvan sommige uitdrukkelijk verbieden invaliden beneden het contractloon aan te nemen, terwijl, ook waar dit niet het geval is de werkgevers dikwijls uit vrees voor onaangename beoordeeling huiverig zijn-

Dit laatste stemt overeen met wat ik zooeven zeide over de mogelijkheid van misbruik aan de zijde der werkgevers ; en waar een juiste grens hier moeielijk te trekken is, zal menige werkgever den veiligen kant willen houden.

2. Het feit dat overal (in de eerste plaats ook in de gemeente bedrijven, die zooals wij hierboven zagen voor het plaatsen van invaliden nog al eens in aanmerking kwamen)

30