is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 4, 1921, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe moet de verzekering tegen werkloosheid gewyzigd worden?

Nu wij misschien binnen korten tijd Toor eene definitieve regeling der werkloosheidsverzekering bij de wet staan, kan het van belang zijn nog eens na te gaan of het thans vigeerende systeem moet behouden blijven of voor een ander plaats maken.

Zonder in alle details te willen treden komt het mij toch voor, dat er drie punten van zooveel belang zijn, dat eene bespreking daarvan wenschelijk kan genoemd worden.

In de eerste plaats wil ik de aandacht vragen voor de wijze van toeslag op de contributies, het zoogenaamde Deensche stelsel.

Ik herinner my nog levendig hoe in de commissie, die destijds de regeering adviseerde voor de totstandkoming van het Werkloosheidsbesluit 1917, de voor- en nadeelen van dit stelsel nitgeplozen werden, en hoe ten slotte het stelsel van toeslag op de contributies het won van dat op de uitkeeringen, al bleven er bezwaren bestaan, die niet te ondervangen waren, en op den koop toe meegenomen moesten worden, maar waarvoor het stelsel als zoodanig niet kon worden prijsgegeven.

Ben bezwaar, dat zeer sterk naar voren trad, was, dat voortaan alle toegetreden gemeenten gelykelyk voor de inwonende verzekerde werklieden zouden bedragen, afgezien van de vraag of er meer of minder kans op werkloosheid in eene speciale gemeente bestond.

Vroeger toen de toeslag op de uitkeeringen verstrekt werd, wist gemeente A. dat alleen eene werkloosheid in A. offers van haar kas zou vorderen. Was er geen werkloosheid, of wist ze door ’t verschaffen van werk, desnoods buiten' de gemeente, de werkloosheid te beteugelen, dan kwam dat aan de gemeentekas ten goede.

Dit is door de thans vigeerende regeling vervallen. Of er in eene bepaalde gemeente veel of weinig werkloosheid bestaat, maakt geen verschil meer. Automatisch werken de toeslagen op de contributies van alle leden der kassen. Of er veel of weinig aan de werkloozen wordt uitgekeerd is voor de financiën eener gemeente van hoegenaamd geen belang meer.

Voor sommige gemeenten met groot-industrie kan dit systeem toe te juichen zijn. In plaats van de hooge kosten eener plotselinge groote werkloosheid toen een toeslag op de uifkeeringen gegeven werd heeft men den jaarlijkschen gelijken toeslag op de contributies verkregen, waardoor het gemeentebudget minder aan verrassingen bloot staat.

Maar ook zijn er zeker gemeenten en vermoedelijk is hun