is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 4, 1921, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beer Baas, is bet in bet algemeen wel eens met den praeadviseur dat bet moeilijk is een scheiding te maken tusscben normalen en abnormalen, maar daar in breede kringen nog veelal de overtuiging leeft dat die bureaux voor beroepskeuze eigenlijk meer worden opgericbt voor ben, die niet zoo makkelijk een plaats krijgen, is bij er voor allereerst de normalen te helpen aan de plaats die voor ben bet meest geeigend is.

AVat betreft de opmerking, dat een centraal instituut zou kunnen bestaan zonder onderscheid van eenige godsdienstige richting, bij gelooft ook dat dit kan, maar toch zou bij niet zoo afwijzend staan tegenover een of ander bureau van godsdienstige richting. De argumenten van den praeadviseur lijken hem ook volkomen juist, maar bij meent dat men ook een ander bet recht moet geven er een andere meening op na te houden en daarom kan bij zich niet vereenigen met de conclusie van de praeadviseur ; ~Hierdoor worden alle speciale bureaux, bepaalde richtingen vertegenwoordigend, geheel overbodig. Vooral beeft bij hiertegen een practiscb bezwaar, nu we leven in een tijd dat de beroepskeuze zich nog een plaats moet verwerven onder ons volk. Hij gelooft dat alles moet worden vermeden dat er toe zou kunnen leiden dat een deel van ons volk tegenover bet instituut een vijandige houding zou aannemen. Juist zal z.i. propaganda worden gemaakt, wanneer de meest mogelijke waarborgen worden gegeven dat niemand de gedachte kan koessteren dat zijn inrichting of geloof ook maar eenigszins in de klem zou komen bij bet bureau voor beroepskeuze.

Hij voor zich is er van overtuigd dat bij den opzet in Amsterdam er niemand is die denkt eenige reden tot klagen te hebben, maar de absolute waarborg dat de moreele en godsdienstige zijde van bet vraagstuk ook in bet oog zullen worden gevat, dien waarborg zullen wij nimmer kunnen geven en die waarborg zal grooter zijn wanneer bet bureau in banden is van menscben van zijn eigen opvatting en overtuiging. De beer Baas is dus niet zoo absoluut tegen bet verstrekken van subsidie aan particuliere bureaux. Wil men goed geoutilleerde bureaux krijgen en niet onnoodig gelden uitgeven dan zal men zoo dicht mogelijk tot elkaar moeten komen. Hij ziet de mogelijkbied dat men bijv. van een bepaalde godsdienstige of politieke richting vooradvies zou kunnen geven aan den Directeur van bet Bureau voor de Beroepskeuze, en ook acht bij bet mogelijk dat men een na-advies van een commissie van eigen levensovertuiging zou kunnen krijgen, ten opzichte van de geestelijke gevaren, die men in een bepaald beroep ziet. Ook zou men kunnen instellen een commissie van bijstand, waar elke richting een persoon in zou kunnen aanwijzen, om den directeur over bepaalde beroepen en ten opzichte van bepaalde personen advies te geven.

De heer Van Riet had gaarne in het praeadvies nader willen zien besproken de verhouding van de beroepskeuze ten opzichte

3