is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 4, 1921, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorlichting bij Beroepskeuze een taak der gemeenschap.

Benige noodzaak om aan te toonen, dat de Overheid zich de zaak der voorlichting by Beroepskeuze behoort aan te trekken, bestaat er eigenlijk niet. Immers er ligt gereed een Eapport aan de Regeering, uitgebracht door een Regeerings-Gom missie, waarin de grondslagen voor een wettelijke regeling dezer aangelegenheid zijn neer gelegd.

Toch meen ik hier wel eenigszins nader te mogen ingaan op de oorzaken, die tot de erkenning hebben geleid, dat de Overheid hier een taak voor zich heeft.

Sedert eenige jaren werken er in ons land zoowel als in het buitenland Commissies die zich stelselmatig bezighouden met raadgeven bij beroepskeuze. Zij zijn door het particulier initiatief in het leven geroepen. De overweging heeft daarbij voorgezeten, dat het levensgeluk van den mensch voor een groot gedeelte afhankelijk is van het beroep, dat hij kiest.

Dit argument vindt men nader uitgewerkt, meer gevarieerd terug in de betoogen ten gunste van het stichten van vereenigingen tot voorlichting bij beroepskeuze.

Een betoog daarop gebouwd heeft natuurlijk geen wijdere strekking dan te komen tot een Commissie uit particulier initiatief geboren, zuiver ter adviseering bij beroepskeuze.

Reeds zeer spoedig heeft men ingezien dat men er daarmee niet komt, en de particuliere Commissies hebben aan hun werk verbonden het zoeken van betrekkingen, van opleidings-inrichtingen, enz.

Daarmede hebben ze zich feitelijk reeds op een andere basis geplaatst, en zijn een taak gaan vervullen, die reeds allerwegen als een functie van de gemeenschap wordt erkend.

De volgende stap, waartoe de omstandigheden als vanzelf noopten, was het uitoefenen van eenig toezicht nadat voor plaatsing was gezorgd.

Zoo ging ’t geleidelijk verder en ’t is zeker voor een overgroot gedeelte toe te schrijven aan het gebrek aan geldmiddelen, dat in dezen nog niet veel meer werd gedaan.

Maar nog van andere zijde drong de praktijk tot steeds verder gaande bemoeiing. De adviseurs bij beroepskeuze gevoelden de behoefte de aanvragers te onderrichten omtrent de kansen en vooruitzichten in verschillende beroepen, zij moesten den weg wijzen voor opleiding tot bepaalde beroepen, ’t voor en tegen der beroepen uiteenzetten de ware beteekenis der beroepen aan de aanvragers doen kennen.

Vooreerst berustte deze taak geheel in hun persoonlijk weten, in hun ervaring en kennis van het bedrijfsleven.