is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 4, 1921, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten onreclite door B. en W. van Enschedé bezwaar wordt gemaakt tegen de uitkeeringen verstrekt uit de werkloozenkas van den Ned. Christ. Textielarb. bond „ünitas” aan 3 werklüoze leden, omdat gebleken is, dat hun werkloosheid niet het gevolg was van staking en eveneens het bezwaar tegen de uitkeeringen verstrekt uit de werkloozenkas van den Alg. Ned. Bond van Textielarb. „De Eendracht” aan 9 werklooze leden, daar hun werkloosheid evenmin het gevolg was van staking op de N.V. Spinnery „Oosterveld”.

Ook het bezwaar van B. en W. van Lonneher, wederom betreffende uitkeeringen uit bovengenoemde kas aan werklooze leden, werd verklaard ten onrechte te zyn gemaakt, daar hier ook de werkloosheid niet het gevolg der staking bleek te zijn.

Oorinchem. De M. v. A. heeft goedgevonden te verklaren, dat terecht door B. en W. van Gorinchem bezwaar wordt gemaakt tegen de uitkeeringen verstrekt uit de werkloozenkas van den Alg. Ned. Metaalbew. bond aan 85 leden, omdat gebleken is, dat deze leden niet werkloos zijn geweest in den zin van het Werkloosheidsbesluit 1917; daar hun werkgever gedurende den tijd, dat niet gewerkt kon woi’den een geldsom heeft aangeboden, gelijk aan het normale loon en de betrokken leden dit bedrag hebben aangenomen.

Haarlem. De M. v. A. heeft goedgevonden te verklaren, dat terecht door B. en W. van Haarlem bezwaar is gemaakt tegen de uitkeeringen verstrekt uit de werkloozenkas van de Ned. Federatie van Transportarb. aan een werkloos lid, omdat gebleken is, dat betrokken lid niet ingeschreven was by een orgaan der arbeidsbemiddeling.

De«M. V. A. heeft goedgevonden te verklaren dat door B. en W. van Haarlem terecht bezwaar is gemaakt tegen de uitkeeringen verstrekt uit de werkloozenkas van den Centralen Bond van Transportarbeiders aan zes werklooze leden, op grond dat de betrokken leden opnieuw werkloos geworden, in het tijdvak van 6 opeenvolgende weken aan hunne werkloosheid voorafgaande, niet 6 wachtdagen hadden doorgemaakt, gelijk wordt geëischt door art. 28 lid 8, van het reglement voor de werkloozenkas.

Rotterdam. De M. v. A. heeft goedgevonden te verklaren, dat terecht door B. en W. van Kotterdam bezwaar wordt gemaakt tegen de uitkeeringen verstrekt uit de werkloozenkas van den Ned. R.K. Houtbew. bond „St. Joseph” aan een werkloos lid, omdat gebleken is, dat het betrokken lid, dat cartonnagewerker was, zich niet als zoodanig bij de Arbeidsbeurs heeft laten inschrijven, maar in de vakgroep „houtbewerkers”. Toen hem werk aangeboden werd als zager, heeft hij dit niet aanvaard.