is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 4, 1921, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9 B(akker) zijn slotartikel over „De Werkloosheidsbestrijding.’ Schr. besluit met erop te wijzen, dat er in de werkloosheidsverzekering nog een leemte is, n.l. dat aan dit instituut de medewerking van de werkgevers ontbreekt en toont aan, dat evenals de premie voor de ziekte-verzekering uit het bedrijf dient betaald te worden ook die voor de werkloosheidsverzekering op het bedrijf zelf verhaald worden moet. Door den patroon wordt immers bij zijn winstberekeningen deze omgeslagen over een geheel boekjaar, daarbij dus het oog houdend op periodes en werkzaamheden, die geen winst, maar zelfs verlies opleveren. Bij het loon daarintegen wordt slechts rekening gehouden met de prestaties, die geleverd worden in den tijd van werkzaamheid. Naarmate men echter tot de overtuiging komt, zegt Schr., dat het bedrijfsleven geen particuliere liefhebberij, maar een gemeenschapsbelang is, zal ook de verzekering op het bedrijf verhaald worden. Ook zal de toekomstige regeling, waarbij patroon, arbeider, Rijk en gemeente zullen meedragen, meer de administratie uit de handen der vakbond-besturen moeten nemen.

De Alg. R.-K. Werkgeversvereeniging en de iverkloosheidsverzekering. In de Hoofdbestuursvergadering der A.R.K.W.V. te Utrecht gehouden werd inzake de werkloosheidsverzekering besloten om in de Augustus-vergadering deze aangelegenheid in het openbaar te behandelen.

Hen bedenkelijke vergitêing? Op pag. 206 heeft onze gewaardeerde medewerker de heer J. C. v. D. gewezen op de beslissing genomen inzake een uitkeering aan werklooze bouwvakarbeiders, die tevens lid eener productieve associatie of coöperatie te Barneveld zijn. .

Zeer terecht doet de heer Van Dam opmerken, dat de Minister bij zijn beslissing in ieder bijzonder geval op de omstandigheden let. Deze opmerking geldt vooral voor de beslissing in het Barneveldtsche geval. Immers, zijn we goed ingelicht, dan zouden de bij deze beslissing betrokken arbeiders na hun periode van werkloosheid wederom aan hetzelfde bouwwerk als leden der coöperatie zijn gaan arbeiden. Voorts dient er ook gelet op de verhouding van de arbeiders tot den principaal. Indien de arbeiders in dienst zijn van een coöperatie en deze rechtspersoon als aannemer optreedt, dan wordt de verhouding een geheel andere, dan wanneer de arbeiders gezamenlijk aannemen en niet in loondienst arbeiden.

Het dacht ons goed nog eens den aandacht op deze bijzonderheden te vestigen, waardoor de beslissing in het Barneveldtsche geval wellicht een nog minder bedenkelijk karakter krijgt.

Statistische berichten van Utrecht. Verschenen is de door de