is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 2, 1876, 1876

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mocht wederkeeren in oenen tijd, dien Friesland onder den groeten Keizer zag bloeien, die den landzaat het rustig genot zijner bezittingen veroorloofde en waarin alle oude veete in het bloed van de slachtoffers der vrijheid was gesmoord. Nu moest de Gastheer van zijne reizen en lotgevallen in Frankrijk, Duitschland, Italië en zelfs in het machtige Rome, verhalen; en de duidelijkste kenteekenen van afwisselende vreugde en smart las men op het gelaat van elk der aandachtig luisterende vrienden, toen hij hun verhaalde, in het vorige jaar de vereerende uitnoodiging van keizer Karei te hebben ontvangen, om de zorg voor de opvoeding zijns zoons Philips op zich te nemen, maar zich van dit aanzoek had ontschuldigd; doch dit niet ten tweede male vermocht te doen, nu dezelfde Keizer hem benoemd had tot kerkelijk rechter te Munster, welke waardigheid hij zich verplicht vond te aanvaarden , hoezeer hij zich zelven met een langer en bestendiger verblijf in Friesland had gevleid. Op deze wijze onderhield het gezelschap zich, toen bij het vallen van den avond de klopper op de deur der voorpoort gehoord werd. De knecht vindt er eenen bedelaar buiten, die een aalmoes verzocht, welke hem, wellicht uithoofde der drukte des gezelschaps, kortweg geweigerd wordt. Doch de bedelaar (het was een barrevoeter monnik) vraagt dringend, en verzoekt om den Heer Aijtta zelven te mogen spreken, en toen hem ook dit uit aanmerking des gastmaals werd geweigerd, dringt hij hierop zoo sterk aan, dat de knecht, die hem nu