is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 3, 1877, 1877

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Keurt Zij de beelden goed, opdat des Christens oog

Van ’tzichtbre zich tot het ontzichtbre heffen moog;

Van ’t beeld tot hem, die door het beeld ons wordt beteekend.

Hoe schaarsch kent hij zich zelv’, hoe heeft hij misgerekend.

Die waant, dat ons gemoed die sleutels missen kan.

Neem al ’t uitwendig weg: wat is het gevolg daarvan ?

Dat ook ’t inwendige ten laatste zal vervallen.

Wat deed hier in dien eik de levensvochten stallen?

Aanschouw, mijn vriend, dien dorren boom, waarbij gij rust:

Nog kortelings was hi] des wandlaars oogenlust.

Het sieraad van het woud. Vergaan is nu zijn lover.

Zijn trotsche kruin viel neèr; geen blad blijft hem meer over:

Hij stierf.... Waarom ligt nu zijn glorie in het slijk?

Ontblootte een waterval, zijn wortel mogelijk.

Of heeft een vuile worm het hart hem holgevreten?

Of heeft een bliksemstraal zijn ijz’ren stam gespleten?

Niets van dat al. —Waarom stierf dan die schoone stam?

Alleen omdat men hem de luitenschors ontnam.

Die schors was niet de boom, was niet zijn innig leven;

Zij was hem enkel tot uitwendig kleed gegeven; En toch was aan die schors, was aan dien ruwen bast

Het leven van dien eik zoo onafscheidbaar vast, Dat hij bezweek zoodra die schors hem werd ontnomen, Ge ziet genoeg waarop dit beeld gaat nederkomen....

Al dat uitwendige, gansch ’t ceremonieel,

Hetwelk Gods Kerk gebruikt, is niet haar beste deel, erd nimmer, nooit door Haar als hoofdzaak opgegeven, Maar als het kleed alleen van eindloos hooger leven; Werd nimmer, nooit, door Haar met reiner dienst

verward;

Neen 't is de schors alleen der hulde van ons hart, Alleen de beeltenis, alleen het zichtbaar “teeken Van ’t geen de ziel en God onzichtbaar samen spreken,

Alleen de ruwe bast, alleen liet stoflijk kleed;