is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 5, 1879, 1879

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als wij ’t ochtenduur zien dagen, •

Slaan wij d’ armen naar u uit;

Eer de slaap onze oogen sluit, Willen we u een nachtkus vragen:

’s Ochtend, ’s avonds, vroeg en spa. Schreit ons minnend hart u na.

Doch zoo ’t waar is, wat wij hopen: Zoo ge in hooger kringen vondt

Wat niet groeit op lager grond Och, schoof eens de voorhang open!

Zagen we eens toch, éénmaal maar Hoe gij klapwiekt, hoe en waar!

Doch verboden is ’t aanschouwen

Van het heerlijk Hemelhof; Niets vermogen we in het stof

Dan gelooven en vertrouwen. Geef dan de oudren in hun smart.

God! toch een geloovig hart.

H.

H. O,

WAABSOHUWffI'G.

O sterv’ling! die de vliegende uren

Des kostelijken tijds verkwist:

Die, of het hier zou eeuwig duren

TJ dwaas aan d' ijdelheid vergist.

Gij denkt nooit op den dag van morgen, Veel minder aan uw stervenstijd;

Grij leeft onachtzaam zonder zorgen,

Daar ’t gapend graf u reeds verbeidt.

’t] Zijn schijnvermaken die u trekken, Een schoone glim, een hersenpop,