is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 6, 1880, 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel wat weinig vond, en zij hem verzocht minstens vijf „weesgegroeten” daags te bidden „Of heenging zij na een weinig bezinning voort, „het is beter dat gij er één bidt, maar dan met volle aandacht en een onwankelbaar vertrouwen.”

„Ik zal mijn best doen, ” antwoordde de sergeant der Zouaven, die het laatste verzoek wel wat kras vond, daar hij geen kans zag dit vertrouwen voor zijn ziel te vermeesteren.

„Gij hebt iets uit uw portefeuille laten vallen, een kaartje,” sprak hij na een kleine pauze, raapte het op en stelde het haar ter hand. „Hé, een portret, laat eenszien, welke mansportretten draagt ge bij u, daar ik niet van weet?” vervolgde hij ijverzuchtig.

Bij deze woorden trok hij de photographie uit haar handen, en riep, toen hij de beeltenis aanschouwde, „waarachtig, het portret van onzen Paus ! houdt ge zooveel van Pius IX, dat ge zijn portret altijd bij u hebt ?” vroeg hij verwonderd en met een glimlach die spijtig mocht heeten.

„Zeker,” was haar antwoord, „ik heb hem lief als een vader, en ik vereer hem als een heilige om het hoogst eerwaardige ambt dat hij bekleedt.”

„"Welk een dwaasheidzeide hij,” ik zou het wat mooier gevonden hebben, zoo ik het portret van onzen flink en generaal Oavaignac of dat van den dapperen Kégrier bij u hadde aangetroffen, welke laatste op de barrikade gebleven is.”

„Ik bewonder hun moed, en betreur, hoe roemrijk ook, den dood van den laatsten, maar voor onzen Plus gevoel ik een grenzeloozen eerbied, een heilige genegenheid, en al mijn vertrouwen in de toekomst is op hem gesteld. Het zou mij een onbeschrijfelijk genoegen zijn altijd in zijn onmiddellijke nabijheid te wezen. Hoe gaarne zoude ik te Rome bij mijn tante Giulia Gualtieri wonen! Dan zou ik den dierbaren Opperherder dikwjjls kunnen zien, hem, wiens bescheiden en minzame