is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 6, 1880, 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straat van Trastevere aangekuierd, het was me onmogelijk door de menigte heen te dringen: Pio nono was weer omringd van arme vrouwen en kinderen, die voor hem nederknielden om zijn priester- en tevens vaderlijken zegen te ontvangen.

Ik! ik had in j aren niet geknield noch voor hem, noch voor God: doch op dat oogenblik wist ik niet wat er omging in mijn binnenste; onwillekeurig dacht ik terug aan dien dag in mijne kindsheid, toen mijne goede moeder zoo gelukkig was, omdat Pius’ hand 'op mijn hoofd had gerust; iets was er in mij dat mij als het ware dwong met de geloovige en geestdriftvolle menigte meê te roepen: o santo Padre, la benedizione! En waarlijk, toen de H. Vader naderbij kwam, ontvlood die kreet aan mijne volle borst, en wilde ik van mijn bok afstijgen om knielende zijn zegen te ontvangen: doch de Heilige Man Gods gebood mij met de hand te blijven zitten, en zeide met een glimlach, waarvan hij alleen het geheim had: „Maar, carissimo figlio! meent gij dan dat ’s Heeren zegen u daar niet zal vinden, daar in de hoogte, ontvangt gij hem uit de eerste hand! wees altoos indachtig, mijn zoon, dat hij, die hooger zit dan anderen, aan dezen een goed voorbeeld verschuldigd is.

Zoo sprak hij, en van toen af aan heeft om mijnent wil mijne brave moeder geen traan, geen enkele traan meer geschreid!

Aandachtig had ik den braven Vetturino aangehoord, en toen ik naar zijne oogen keek, s traalden zij, thans niet van hoogmoed, maar van liefde, en wischte hij met den mouw een trane weg. Ik zelf was aangedaan: „blijf altijd, vriend, een waar Romein!”

„En u, Moschoe, altijd een Hollander: dan zijn wij eeuwig vrienden.” Jacq. Veancken.

Overgenomen uit het verdienstelijk weekblad „Be Kruisvaan”,