is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 7, 1881, 1881

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„de zaak”, zoo als hij het noemde, minder koel op dan men van hem kon verwachten. De twee vrienden bleven in ademlooze stilte voor het bed geknield, en eerst toen Edmund Virdow den laatsten strijd had volstreden, verlieten zij zwijgend met een bedrukt gelaat de woning, waar zij beiden geroepen schenen, om een toneel te aanschouwen, dat door den diepen indruk dien het maakte wel geschikt was hen tot nadenken te brengen.

„Nu kan ik je toch zeggen, Charles,” sprak Perdinand toen zij op straat kwamen, „dat ik me zoo lam en akelig gevoel als ik ooit ben geweest. Ik heb er velen zien sterven, en meest allen zoo onverschillig mogelijk, doch er is hier een ernst, die tredend maar waarachtig is, en ik heb hier troost zien brengen, die als hij niet naar aanleiding van iets denkbeeldigs ontstond, mij zeer begeerbaar schijnt.”

„Toevallig dat wij elkander juist in die oogenblikken daar moesten ontmoeten,” zeide de onnuchterde Charles met een zucht.

„Hij is heengegaan als zoo velen!” vervolgde Perdinand.

„En wie weet hoe spoedig wij hem zullen volgen,” zeide de schilder.

„Kom , jongen, je bent er zenuwachtig van , net als ik, laten we ergens een kapelletje induikelen, en een klein afzakkertje nemen.”

„Ik dank je, ik heb er vandaag genoeg aangedaan, en voel behoefte mij in den slaap aan de werklijkheid te ontrekken.”

„.la, ik geloof eigenlijk ook dat wij het verstandigst doen in ons mandje te kruipen;” hernam Ferdinand, „ik ben moe en afgemat en toch heb ik niets bijzonders uitgevoerd,”

„Nu, dan zullen wij elkaar hier maar de hand reiken,” en de beide vrienden vervolgden, na een jtaar seconden