is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 8, 1882, 1882

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het volbrachte, droge onderzoek over de beteekenis der hebreeuwsche uitdrukkingen zal het inderdaad van belang wezen, het gevoelen over deze plaats van Malachias te vernemen van een der geleerdste rabbijnen der tweede eeuw, toen een Christenwijsgeer in een openlijken strijd hem het bewijs leverde, dat de joodsche eeredienst voortaan zijne geldigheid had verloren, en dat het eenige eucharistische offer des evangelies in de plaats van alle figuurlijke offers was getreden.

Een wetenschappelijke strijd over den hebreeuwschen tekst van Malachias met een joodschen rabbijn gevoerd moet dubbel belang wekken. Want zoo ooit iemand, dan is toch zeker een beroemd leeraar der mozaïsche wet een bevoegd verklaarder van.hebreenwsche uitdrukkingen. En wijl de wijsgeer en martelaar Justinus zijne bewering juist door den besproken tekst van Malachias zoekt te bewijzen, verkrijgen wij hierdoor een voortreffelijk bewijs voor de hier verdedigde stelling.

De redetwistende personen waren de H. Justinus, geboren te Sichem Neapolis, het tegenwoordige Naplus, dus een kind van deze Syrische streken, en de beroemde leeraar der wet Tryphon, sedert lang uit de kerkelijke geschiedenis bekend. Tijd en onderwerp verhoogen de beteekenis hunner twistrede.

Het springt van zelf in het oog, dat een Christen wijsgeer in eene zoo gewichtige vraag, welke namelijk het ophouden van den mozaïschen eeredienst gold, tegenover een joodschen leeraar der wet niet met twijfelachtige bewijzen openlijk in het krijt mocht treden. Des te minder kende hij dit, wijl hij met den bijbel in de hand zijnen tegenstander wilde toonen, dat deze ten onrechte nog altijd aan de vooraf beeldende offers vasthield, en dat deze offers allen naar de voorzegging van Malachias hun einde en hunne voltooiing in het offer des nieuwen Verbonds hadden gevonden.

Zoude de rabbijn wel het geduld hebben gehad, naar het bewijs yan den H. Justinus te luisteren, zoo hij bij