is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 9, 1883, 1883

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het morgengebed in de kapel: Zou u kimnen wachten tot dat gedaan is?

Als ik den Pastoor nu even kon spreken, dat zou mij aangenaam zijn.

Ik wil wel eens vragen of dé Pastoor gelegenheid heeft, maar

Op hetzelfde oogenblik wordt boven aan de trap een paar malen in de hand geklapt. Dat is het teeken van den Pastoor, zegt de dienstmaagd, ik zal hem zeggen, dat u hem wenscht te spreken.

Weet je wel, wie ik ben? vraagt haar de juffrouw.

O ja, ik ken juffrouw van Schalen zeer goed, was het antwoord.

De Pastoor komt naar beneden, hij heeft het gesprek en den naamvan Schalen gehoord. Terstond herkent hij zijn voormalig braaf biechtkind, en zegt:

Welzoo, Magdalena, u hier, en al zoo vroeg!

Ach, Mijnheer Pastoor ik ben zoo beangst, zoo onrustig

o En hoe komt dat?

Ach, al drie keeren is mijn vader mij ’s nachts verschenen en nu van nacht met een schitterend licht omgeven en een stralenkrans om het hoofd; hij zag mij vriendelijk aan, lachte mij minzaam toe, stak de hand naar mij uit om mij mee te voeren, maar telkens als ik mij bewegen wilde om tot hem te gaan, hield mij een sterke hand tegen, ik hoorde achter mij een spotlach en spijtig uitroepen: neen, vader, zij gaat niet met u naar den Hemel, maar met mij naar de hel, naar de hel!

Dat zal een droom geweest zijn, Magdalena, en....

Neen, Mijnheer Pastoor, geen droom, van nacht ten minste zeker niet ik was volkomen w'akker ik heb mijn vader zoo duidelijk gezien, als ik u hier zie ik heb mij voelen vastgrijpen ik heb duidelijk die schorre stem hooren zeggen: Ze gaat met mij naar de hel! Ik kon het in bed niet meer houden, de kamer werd mij ook te benauwd, ik ben naar buiten gevlogen —en heb het laatste van den nacht op straat door.