is toegevoegd aan uw favorieten.

Pius-almanak ...; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 10, 1884, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o Houdt die tranen in, en blikt met medelijden. Niet met bewondering, * Op haar, die ge aan den kranke én zorg én troost ziet [wijden.

. .y -'- 7 En liefde én leniging! Bewondert haar niet, die, als gij, eens weelde kende, En ook, als gij, genoot; Doch thans haar weelde vindt bij armoede en ellende

In ’t aanschijn van den d00d!.... o Neen! gij kunt het niet. Zoo volgt haar op [haar schreden, Waar dood en lijden woont;

Aanschouwt de heilige, als een bode uit ’t zalig Eden, Waar de Eeuw'ge Liefde troont!

Eene Engelin een hemelbode! —■ Getuigt het, kranken, die daar ligt; En armen, gij, die niet dan noode

U voortsleept onder ’s levens wicht.

Daar ligt ge, lijder, op uw sponde. En elke langgerekte stonde

Brengt nieuwe pijn, die ’thart doorsnijdt. De wereld kan geen troost meer geven. Doch nog één troost is u gebleven,

Slechts ééne is er, die met u lijdt.

Zij heeft den blik der smeekende oogen. Dien nauwlijks hoorbren zucht verstaan.

En ziet, daar komt zij aangevlogen. En brengt u troost en laafnis aan.

De deernis staat in ’t oog te lezen;

Uw lijden ziet gij op haar wezen; De liefde spreekt u uit haar hart.

En kondt ge uw lijden draaglijk heeten, Ge zoudt één oogenblik vergeten

Het vlijmende der bittre smart.