is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 47, 1897, no 277-282, 1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•die, men kon liet op hunne opgewekte gezichten lezen, hartelijk ■welkom was

Moge het schoone Genootschap der H. Kindsheid , reeds zoo bloeiend in onze gemeente, nog meer in bloei toenemen; mogen allen, die iets tot welzijn der arme heidensche kindertjes kunnen bijdragen, door dit schoone feest aangespoord worden om te doen wat in hun vermogen is. Zoowel de penningen der armen, als de ruime aalmoezen der meer gegoeden zijn welkom. « Date et dabitur vobis !”

1872

ZEVENBERGEN,

1897

Daar glanst het blijde jubilé,

Hoezee , hoezee , hoezee !

En duizend kindren jub’len mee ;

Hoezee , hoezee , hoezee !

Een zilvren jaarkring is voorbij ,

Wij juichen opgewekt en blij

Op ’t zilvren jiibeltij !

Waarlijk, opgewekt en blij werd te Zevenbergen bet zilveren jubeltij gevierd, van het bestaan der aldeeling van het zegenrük Genootschaß der H. Kindsheid !

Hoog was de verwachting, opgewekt door de geheimzinnige voorbereidingen , gespannen; gejaagd de bedrijvigheid der Zelatricen ; vermakelijk waren de gissingen der oningewijden, opgewekt en verlangend de jeugdige kinderharten. Dagen te voren baden en zongen de kleinen: « Onze lieve Heertje, geef mooi weertjeen het Kindje Jesus heeft hunne vaste hoop, hun vertrouwend verlangen niet teleurgesteld.

Helder en stralend staat de zon aan den onbewolkten hemel, en schiet nare stralen door Zevenbergens straten. Met de blijdschap op het gelaat stroomen honderden en honderden kinderen, allen met de medaille der 11. Kindsheid omhangen, naar de scholen en den tuin der Eerw. Zusters, om daar aangekleed te worden, hunne vanen en andere sieraden in ontvangst te nemen, en geordend te worden tot den feestelijken optocht.

Klokke half negen begint de optocht, ontwikkelt zich geleidelijk, en trekt langs de voornaamste straten. Daar bonst de groote trom der harmonie Euterpe, de directeur heft zijn stokje, en jubelend schalt een «marche de procession” door de lucht. In de straat verdringt zich het toestroomende volk , om toch alles goed te zien. De slimsten echter spoeden ons'erwijld naar de markt; daar toch kon men eerst den stoet in vollen luister beschouwen.