is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 47, 1897, no 277-282, 1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Mijn vader, vol droefheid, maar toch dankbaar, zette zijn weg naar Catchin voort, waar hij zich vestigde. Het geluk diende hem zoodanig, dat hij na verloop van enkele jaren mijne beide zusters uitgehuwlijkt had aan twee rijke Nayakers. De eene was dokter, de andere bekleedde een zeer hoogen post bij de administratie. Mijne oudste zuster, de vrouw van den geneesheer, had vier kinderen ; eerst een jongetje, dat zij vroeg verloor, vervolgens Sinna-ïai, Soepramani en Catchie. Er heerschte waarlijk weelde in het huis mijner zusters, zij gingen in zijde gekleed en waren behangen met juweelen; Sinna-Taï vooral droeg aan goud en edelgesteenten een aanzienlijk vermogen.

« Spoedig deed de onverbiddelijke dood zijne intrede in beide huisgezinnen en rukte vooreerst den oom van Sinna-Taï weg; eemgen tijd daarna begaf mijne arme zuster, geheel ontroostbaar, zich weder bij haren echtgenoot

« Mijne oudste zuster, de moeder van Sinna-Taï, nam toen den kleinen Narayenna bij zich en voedde hem op met haar eigen zoon.

« Ongelukkig werd ook de dokter aan de liefde zijner dierbaren ontrukt, en daar zijne weduwe nu volstrekt geen steun meer had mijn vader was kort te voren gestorven zat zij daar als ’t ware hulpeloos met vier kleine kinderen. Wat gedaan ?Om haar gezin te kunnen voeden, ontdeed mijne zuster zich van het kostbaarste, wat zij had ; voor en na verdwenen hare juweelen, en toen zij alle verkocht waren, werden ook de spaarpenningen van voorspoediger dagen aangesproken en waren weldra verteerd. Toen besloot de moeder om ook de juweelen van hare dochter te gelde te maken; een voor een gingen ook deze de deur uit en weldra had Sinna-Taï niets meer over dan haar zijden kleed. Da arme moeder was tot wanhoop gebracht. De verschrikkelijkste ellende was alles wat haar de toekomst voorspelde In dien uitersten nood dacht zij weer aan het dorp, waar zjj hare kindsheid had doorleefd; men zegde haar en zij geloofde het inderdaad, dat zij te Goïmbatoer gemakkelijker