is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 47, 1897, no 277-282, 1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Magdalena. Sedert drie weken tel ik de dagen reeds.

O' Lucianus. Waarom toch de dagen geteld ?

George. Dat zal ik u wel eens zeggen. Bij die feestelijke gelegenheid mag zij haar wit kleedje aantrekken, en de meisjes houden nog al van opschik.

Magdalena. Gij houdt meer van lekkere amandelkoekjes, is ’t niet ?

Germana. Kom , kom , dat is nu niet mooi, dat broeder en zuster elkaar zoo plagen. En dat nog wel op bet feest der 11. Kindsheid! Ik weet zeker, dat gij beiden vandaag om eene geheel andere reden verheugd zijt.

Magdalena. O, ja ! Ik zie zoo graag op het altaar bet schoone beeldje van bet Kindje Jesiis, dat ons zoo minzaam toelacbt.

Anna Maria. En wie zou niet gaarne dat mooi liedje zingen: « Hoor, van uit het verre Chinaof « Leve de 11. Kindsheid I”

Emile. En dan nog de processie I

Helena. En het gewijd brood I

Ludanus. Eu het uitloten der namen I Ik zou wel willen, dat daar ginds een kleine mijn uaam droeg. Den voorgaanden keer is het lot mij niet gunstig geweest, maar ik hoop, dat dit jaar ook mijn naam zal getrokken worden.

Anna-Maria. Den geheelen nacht ben ik met dat alles bezig geweest en ik heb geen oog kunnen slapen.

Melania. Ik ook niet. En gij ?

Magdalena. Ik heb wel geslapen , maar ik heb een droom gehad.

Melania. tls wat moois; iedereen droomt wel eens.

Magdalena. Zeker wel, maar het was een wonderbare droom, juist zooals die van Joseph en koning Pharao.

Lucia. Wel, nu nog mooier! Magdalena krijgt visioenen! Vertel ons uwen droom eens.

Magdalena. Het scheen mij toe, dat ik mij op eene schoone weide bevond, versierd met de veelkeurigste bloemen. O, wat was het daar prachtig! In het midden der weide, tusschen twee mooie hoornen, zat op een troon de H. Maagd met het