is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 48, 1898, no 283-288, 1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clara staat in den ledigen emmer, die under in den put, juist boven het water hangt.

Men haalt haar op, men betast haar, want ze zou toch zeker wel gewond zijn; o wonder, zij heeft zelfs geen schram bekomen !

Clara antwoordde met de grootste eenvoudigheid aan hare meesteressen en aan hare gezellinnen, die gansch versteld stonden en haar met vragen bestormden : «Ik heb mij volstrekt niet bezeerd, ik heb de H. Maagd aangeroepen;” en haar vroolijk gelaat scheen als ’t ware daaraan te willen toevoegen : « Kan men wel ooit twijfelen verhoord te zullen worden , als men Maria’s bijstand afsmeekt

Ziedaar wat de aalmoes der H. Kindsheid heeft uitgewerkt in het hart van dit kind, verstoeten door zijne heidensche ouders en uit het heidendom gered door het stuivertje van onze dierbare leden. Dit weesmeisje, dat het vorig jaar zoo zichtbaar de bescherming der H. Maagd mocht ondervinden, is dezer dagen gestorven, kort nadat ik eene photographie van haar had laten nemen, ten einde die aan u over te maken. Zij is slechts eenige uren ziek geweest; toen zij wist, dat zij zou sterven, liet zij haastig den priester roepen en had zoodoende nog den tijd om de laatste H.H. Sacramenten te ontvangen. Zonder twijfel heeft de H. Maagd hare gunstelinge in den hemel opgenoraen en ze daarom zoo vroeg uft deze wereld gehaald, om des te zekerder te zijn van hare intrede in het paradijs.

Ik veroorloof mij, Hoogeerw. Heer, opnieuw aan uwe edelmoedige zorgen aan te bevelen het dorp der 11. Kindsheid, dat wij binnenkort te Pihia denken te beginnen.

Uw zeer nederige en zeer dankbare dienaar in Onzen Heer t A. CoQSET, Apostolisch Vicaris

van Zuid-Kjang si.